Claartje Chajes

Ik schrijf ook In opdracht

Ik schrijf

Auteur

Ik val op zinnen die de ziel een duwtje geven. Ik hou van dansen met taal. Ik schrijf tussen de regels door.

Als ik niet meer weet hoe ik verder wil, staar ik naar open water.
Of stap ik op de fiets.

Er zoemen constant ideeën rond in het wild. Als ik er één te pakken heb, ontstaat een tekst. Toneel, een gedicht, een liedje, een column of een kort verhaal. In het okergele deel van deze website maak je kennis met mijn eigen werk.

 

 

 

 

Er zijn dagen dat je haar niet ziet,
dan is het breekpunt tussen haar en de werkelijkheid weg
En als ze vergeet haar contouren te markeren
ga je aan haar voorbij

Ze is transparant
als je tot haar doordringt
bereik je de ruimte tussen stilstand en beweging
Waar het begin nog niet is begonnen
waar de echte punt niet is gezet

uit: Doorzon – theatertekst

 

 

 

1/19

CV

Ik hou van verhalen. Vertellen, beluisteren, beschrijven. Afstand bewaren en meedoen. In de kleuterklas waren het nog sprookjes, rond de eeuwwisseling ging ik professioneel. Als freelance journalist en tekstschrijver, als dichter, als dramaturg en theatermaker. Sinds maart 2017 volledig als zelfstandige.

Je komt me in het wild tegen tegen als journalist voor oa Stadsherstel Amsterdam en De Heeren van Zorg, als tekstschrijver voor kunstenaars en andere creatieven en als initiator van het Waardentestament. Ik ben ook veel te vinden op een bureaustoel bij Het Concertgemaal in Amsterdam-Noord.

Wil je mijn gezicht zien?                      

 

En voor die tijd?  

Van 2013 tot 2017 was ik hoofdredacteur van donateursmagazine Meeleven en de cliëntenkrant Zoolmaat bij vrijwilligers- en hulporganisatie De Regenboog Groep in Amsterdam. Ook maakte ik daar een tijd de digitale nieuwsbrief.

Ik gaf van 2014 tot 2016 lessen dramaturgie en theatergeschiedenis op Amsterdamse acteursopleiding De Trap.

Ik leerde de stad van een interessante kant kennen toen ik bij De Regenboog Groep 2,5 jaar groepscoördinator was van buurtrestaurants en uitjes voor Amsterdammers met psychiatrische klachten.

Ik bedacht samen met mijn zus in 2013 kinderkunstproject De Liefdesbrievenbus. Daar wonnen we een jaar lang harten mee op festivals en culturele evenementen. Ik regisseerde in de Museumn8 2015 de performance AG-kwadraat in het Allard Pierson Museum.

Er zijn publicaties van mij opgenomen in de bundels ‘Oost’ (2013) en ‘Boekwerk 2’ (2005). Toen gebruikte ik nog mijn meisjesnaam Van den Broek.

Tussendoor deed ik altijd freelance schrijfwerk, voornamelijk in de culturele sector.

Ik studeerde zeven jaar, waarin ik (tijdschrift)journalistiek afrondde in Utrecht, bachelor werd in de Theaterwetenschap in Amsterdam en een jaar drama mocht volgen op de toneelschool van het Belgische Gent.

Ik ben geboren in Geldrop, volgde de Vrije School in Eindhoven en kwam op zondag 14 september 1980 ter wereld.

De liefde vier ik dagelijks met mijn man, dochter en zoon.

2/19

Held

liedje
31 juli 2018

Mag ik je held zijn

Voor heel lang

Niet zo’n gewone

‘Bovenkant voorpagina’

omdat ik zogenaamd het allersnelst ga

Maar wil je me inlijsten

Om me weg te kunnen zetten

Weer terughalen, morgen

En alle dagen daarna

 

Mag ik je held zijn

Ik ben trots

Op de wijze waarop

Ik kan zijn als de rest

In de nuance

Pareer ik op mijn best

Ik beschaduw extremen

Versta geen venijn

Twijfel veel

 

Mag ik je held zijn

Na het eind van het feest

Als ik in je schoot

Verdronken blijf

en het vloerkleed bedek

met alle plooien

van mijn veel te zachte lijf

bijval krijg van de klok, die

nog steeds wijzers draait

 

Mag ik je held zijn

Zo zonder refrein

Maar als een verschijning

Die je herinnert

Aan jezelf

Een droomorkest

In wording

Of in ieder geval

De helft

‘Held’ is onderdeel van de grote Claartje liedjescollectie 2018
3/19

Etalagetaferelen

liedje
19 juli 2018

Dat wij geen nachtkaars zijn
Bevat ik niet, het
Houdt me ver van jou
En als je lonkt dan
Siddert weer
De wonderschone schijn

Dat wij geen nachtkaars zijn
Lijkt witte chocoladecake
Week en zoet, het
milde dat ik in ons vinden wil
De zon op een fontein

(refrein)
Was je zachtaardig
Dan had ik simpel bijgestuurd
Je laten waaien
Met je voorstelbare
Natuur

Dat wij geen nachtkaars zijn
Maakt van ons schaduwspel
Een show van broze amateurs
Blaas er wat confetti in
Lach losjes om de pijn

Dat wij geen nachtkaars zijn
Is de linkerkant van het verhaal
Op rechts laveer jij jouw pad
Dat gaat staag zo hysterisch mooi
En houdt mij aan de lijn

(refrein)
Was je zachtaardig
Dan had ik simpel bijgestuurd
Je laten waaien
Met je voorstelbare
Natuur

Etalagetaferelen is onderdeel van de grote Claartje liedjescollectie 2018
4/19

De kleine crimineel

Vrij kort verhaal
20 april 2018

Als ik het zelf niet was, zou ik haar een mooi personage vinden: de kleine crimineel. Ze leefde zo’n dertien jaar in mij. Een tumor van de adolescentie. Goed of kwaadaardig, daarover kun je twisten. Ze zat ergens tussen mijn gezond verstand en listige lust, op een plekje ter hoogte van mijn navel. Op het hoogtepunt bekeek ik de wereld dankzij haar door een bril die scherpstelt op het slot van een fiets. Het slot als toegangspoort naar de wereld op twee wielen.

Ik heb geen idee hoe je een fietsslot openbreekt. De kleine crimineel had dat ook niet. Wat ze wel wist, is dat er op massale parkeerplekken altijd wel een tweewieler zonder slot te vinden was. Meestal had een dief eerder de AXA-ring al ontmanteld of de ketting doorgeknipt. Als de kleine crimineel er één meenam, maakte dat niet uit. De vorige dief had die fiets immers tot gestolen ding vervormd.

De kleine crimineel was het gevolg van een reeks oorzaken: als zestienjarige Eindhovense reed ik op een prachtfiets met handenvol versnellingen. Deze trots werd me bruut ontvreemd en ik kwam in de afdankertjesfase. Eerst op de ‘stabiele gezellig’ die mijn moeder na jaren trouwe dienst doorgaf. De gezellig verdween op de parkeerplaats van het plaatselijke station. Niet veel later nam een dief de vijftigjarige omafiets van mijn grootmoeder mee, terwijl ik in de bioscoop zat. De robuuste klassieker van mijn vader rammelde ik met mijn onbezorgde rijstijl in de maanden die volgden total loss. Het ging allemaal vanzelf.

Op een middag zag ik ineens mijn moeders gezellig bij het station staan. Een paar seconden later werd de kleine crimineel geboren. Ze fluisterde dat ik de fiets naar de bewaakte stalling moest sjouwen, onder het mom ‘sleutel vergeten’. Mét bonnetje was het logisch om het slot vervolgens open te laten snijden. Ik zou een week later immers mijn sleuteltje verloren zijn. Zo gezegd, zo gelukt.

De kleine crimineel hielp me handig in de jaren die volgden. Ik hoefde bijna niet te kijken om te weten dat ik beet had. Wel bleef ik wat bibberig. Hoe gestroomlijnder de fiets, hoe groter de opluchting als een andere dief me de schat weer afhandig maakte.

Toen het fietsenplan in mijn leven kwam, hield de kleine crimineel het voor gezien. Bij een baan voor de Amsterdamse De Regenboog Groep mocht ik bruto-sparen voor een degelijk stads ding. Jaar dertig van mijn leven kwam in zicht, een braaf leven moest kunnen. Ik ontdekte: niets is zo zalig als stevig en legaal. Toch voel ik nog steeds fantoompijn als ik een fiets zonder slot zijn noodlot tegemoet zie gaan.

De Kleine Crimineel kun je ook mét illustratie lezen op literair platform Hard//hoofd
5/19

Neem mijn hand

liedje
7 maart 2018

Als de bel luidt

Waar een duif schuilt

Met de wind spreekt

Voor de dag breekt

En het kind gaapt

Zorgen wegkaapt

Blind vertrouwend

Neem mijn hand

 

Neem mijn hand

Hou me vast

Als ik bloos

Op de tast

Neem mijn hand

Hou me vast

Kus mijn hart

Want het past

 

Als een vis lijdt

Terwijl touw snijdt

En het dak lekt

Of de hengst dekt

Als het hout kraakt

En de stad braakt

Tot de pijn stilt

Neem mijn hand

 

Neem mijn hand

Hou me vast

Als ik bloos

Op de tast

Neem mijn hand

Hou me vast

Kus mijn hart

Want het past

 

Als het ijs brandt

Waar een schip strandt

Of een vrucht groeit

En de ster gloeit

Als het glas breekt

En de nacht spreekt

Je applaus knalt

Neem mijn hand

‘Neem mijn hand’ maakt deel uit van de grote Claartje liedjescollectie 2018.
6/19

Snelweg

liedje
7 maart 2018

Ze deed haar best
En meestal meer dan dat
Mond ‘standje lach’
Wie ze noemde heette ‘schat’

Hij zag haar staan
En dacht aan oud papier
Zijn hoofd zat vol
Wat moest dat standbeeld hier

Ze zou hem willen vragen
Wat maak ik in je los
Hij zou wel willen gillen
Jij heet zeker Trudy Vos
Ze blikten snel weg

Hij zocht al lang
Een hand dicht op zijn hart
Met veel geduld
Of voor een nieuwe start

Zij hoopte ooit
Eens zalig bedverkeer
Legde in ‘t nest
Steeds een warm kruikje neer

Ze zou hem willen vragen
Wat maak ik in je los
Hij zou wel willen gillen
Jij heet zeker Trudy Vos
Ze blikten snel weg

Snelweg is onderdeel van de grote Claartje liedjescollectie 2018.
7/19

Kadaver

Kort verhaal
15 mei 2017

Mijn koffer staat klaar in de gang, onder de kapstok.
Het is een mooie koffer, van stevig bruin leer. Zonder wieltjes, dat vonden we niet nodig. Als je met van die wieltjes sleept, toon je geen eerbied voor de voorwerpen die je verplaatst. Mijn vrienden en ik zijn ouderwets, we geven elkaar ouderwetse cadeaus.

‘Gaven elkaar’ bedoel ik, geven is een tijd geleden, mijn vrienden zijn tegenwoordig kennissen.
De koffer is voor mij de deur naar een ander leven. Ik kan mijn boeltje pakken en dat met de koffer ergens heen brengen. Van Oost naar Zuid bijvoorbeeld. Daarom staat hij klaar.
Al acht jaar, niemand heeft gezegd hoe lang het duurt voor ik hier wegga. Petra zeker niet, dat zou haar niet goed uitkomen.

Petra’s man is een half jaar geleden overleden. We drinken elke week op dinsdag koffie. Dat deden we al voordat haar man overleed. Koffie met een stukje appel-kruimelvlaai. Af en toe met slagroom, niet te vaak. Zij drinkt haar koffie met melk uit kleine kuipjes, die ze open moet breken aan een lipje vanaf de rand. Ik neem koffie zwart. Na de tweede keer dat ze bij mij was geweest, besloot ik dat ik de kuipjes voortaan voor haar in huis zou halen.

Als je partner sterft is afleiding een stuk belangrijker dan wanneer hij nog leeft.
Dat zegt Petra. Ik kan me daar wel in vinden, al is er in mijn leven geen partner.
Ik had wel een konijn, dat is iets meer dan een week geleden overleden.
Je zou kunnen zeggen dat het konijn voor mij een partner was, het heette Steven.
Petra is mijn buurvrouw, ze weet ervan.

Twee weken geleden heb ik Steven voor het laatst eten gegeven. Ik wist toen nog niet dat het voor het laatst was. De zon scheen en ik had wat droog brood en een wortel bij de dagelijkse portie voer gelegd, in de ochtend. Later op de dag zag ik dat hij er nauwelijks van had gegeten. De zwaluwen vlogen laag die middag, ik wist dus dat er regen in de lucht hing. Dat heb ik Petra verteld, ze veegde net het terras schoon aan haar kant van de coniferen.

Ze vond het prettig dat ik haar op het weerbericht wees. Ze zei dat haar man die taak op zich nam, vroeger. Hij deed het weerbericht, zij lapte de ramen. Ik wist niet goed hoe ik moest reageren, dus mompelde ik iets over dat het weer mannelijk is.
De volgende morgen had Steven zijn eten nog steeds niet aangeraakt. Het regende inderdaad.
Ik besloot dat hij het ook zelf maar moest weten, het was een eigenwijs konijn en hij had vaker kuren.
Die dag ging ik naar Petra, in plaats van zij naar mij. Voor het eerst in de drie jaar dat we met elkaar koffie drinken, kwam ik in haar huis.

Misschien heeft ze smetvrees. Dat zou een reden kunnen zijn om mij zo lang niet uit te nodigen. Ik heb er nooit naar gevraagd. Haar huis zag er binnen absoluut opvallend opgeruimd uit. Ik voelde me er anders dan anders.
De belangrijkste kleur in de huiskamer was zandbruin. De bank, het kleed, de lage tafel, alles had ongeveer dezelfde tint. Steven had er mooi bijgepast, zijn vacht zag er precies zo uit.

Over Steven spraken we niet, die ochtend. Ook niet over haar man. Toen kon ik natuurlijk nog niet weten dat er een verband tussen haar man en mijn konijn bestaat, in zekere zin.
In mijn huis hebben de meubels verschillende kleuren, ze refereren allemaal naar een andere periode in mijn leven. Als een herinnering. Ik leef graag tussen herinneringen. In kleur, omdat herinneringen in kleur beginnen.

Vier dagen later was Steven dood. Ik ben bang dat het mijn schuld is.
De derde dag dat ik hem met onaangeroerd voer in zijn hok zag, sloeg ik er geen acht op. Ik ben soms verstrooid, dit was zo’n dag. Ik dacht dat ik die ochtend al met eten bij zijn hok was geweest. Dat het er ’s avonds nog steeds lag, verbaasde ik me, ondanks de dagen ervoor.

Steven stond erom bekend een goede eter te zijn. Iedereen heeft weleens zijn dag niet. Ook een konijn.
Toen ik hem de volgende ochtend dood in zijn hok vond, schokte me dat minder dan ik had verwacht. Ik stelde me mijn hele leven al voor dat de dood als een dreigement om zich heen slaat, zodra hij zich over iets of iemand heeft ontfermd.
Dat de dood in je hart beukt, als het ware.
Maar ik voelde me hetzelfde als voor ik naar het hok liep, toen ik nog dacht dat Steven leefde. Neutraal. Petra begreep wat ik bedoelde, zei ze later.

Ik wilde haar eerst niet vertellen over Steven, vanwege haar man. Maar er was iets tussen ons veranderd sinds mijn eerste bezoek aan haar huis. Ze kwam nu ook buiten de geplande koffie-afspraken langs. Die ochtend belde ze weer aan. Ze wilde me een bericht laten lezen, dat ze in de krant had gevonden. Over een man die zijn koffer op het Muiderpoortstation was verloren. Ze wist van mijn koffer in de gang en suggereerde donatie.
Ik zei dat mijn koffer klaar stond voor een moment dat nog moest komen en dat ik Steven dood had gevonden in zijn hok. Ik vertelde ook over mijn schuld. Ze zei dat oorzaak soms meer kwaad aanricht dan gevolg. Dat begrijp ik nog steeds niet. Het klonk alsof ze het goed bedoelde.

Er is nog geen geschikt moment gekomen om Steven te begraven. De eerste paar dagen kon ik niet bedenken waar je zoiets doet. In de tuin bij mij is geen ruimte, er liggen overal terrastegels en ik wil dat zo houden.
Ik durfde niet aan Petra te vragen of het bij haar kan.
Het leek me goed om Steven alvast in een vuilniszak te verpakken, tegen de stank.
Het konijn ligt nu in de oven, lekker warm, al staat die niet aan. Het gaat om de gedachte dat de oven aan zou kunnen. Een idee waar het kadaver straks heen moet, heb ik inmiddels wel.

Ik heb het goed in mijn huis. Het zou kunnen dat ik niet meer weg ga hier. Ik mis mijn oude vrienden steeds minder. Kennissen hebben hun eigen vrienden. Met Petra in de buurt is het aangenaam.

Ik heb besloten dat de koffer voor Steven is. Ik wikkel hem in een rode zijde doek en draag hem in de koffer naar een plek die bij hem past. Zoals ik het voor mezelf ook zou willen. De koffer met het konijn erin zet ik neer op het Muiderpoortstation, dichtbij het spoor.  Ik hoef niet degene te zijn die beslist waar Steven past.
Je kunt niet voorspellen wat er op je pad komt.

8/19

Ze zou

Kort verhaal
11 mei 2017

Hij staat er elke dag en voor haar was dat altijd te vroeg. Tot nu toe. Hij kan daar niks aan doen, hij heeft er niks mee te maken. Zij passeerde vervlochten in onduidelijke ochtendgedachten. Nu, na een maand of tien, heeft ze een wakker moment en ziet ze dat zijn gezicht haar bevalt.

Het is een ochtend als elke andere. Ze vertraagt haar pas, bedenkt dat het geen kwade man is. Hij staat liefdevol zijn gitaar te aaien. Zijn gezicht is bedekt met een rimpeltapijt, zo iemand bij wie het leven sporen achterlaat. Ze weet dat zij hem niet onberoerd zal laten als hij haar ziet. Ze is zijn type.

Ze zou een dochter van hem kunnen zijn, zijn vaderlijke uitstraling voelt vertrouwd.

Zelfs hier in het station van de metro, tussen honderden mensen die als hangende schaduwen met de stroom mee slingeren. Zijn postuur klopt. Ze houdt van zijn geduldige schouders, die ontspannen een beetje achterover hellen om de ronde buik tegengewicht te bieden. De wollige voeten in donkerbruine instappers die naar buiten leunen en zich vastbesloten staande houden op de betonnen grond.
Als hij haar vader is, kan ze hem vertellen hoe gemakkelijk het werk bij de drukkerij haar afgaat. Dat ze op het punt staat om promotie te krijgen. Het liefst reistijdschriften drukt, omdat ze het synchrone leven van mensen in verschillende landen niet kan bevatten. Hij zal dat begrijpen.
Wat journalisten over reizen schrijven, heeft op haar een helende werking, zal ze toch nog uitleggen.

Ze zou zijn minnares kunnen zijn, wanneer ze elkaar ontmoeten bij de verlopen bar in een steeg, waar de barman zijn klanten niet in de ogen kijkt.

Ze zou haar lippen voor hem stiften, rood, en dan in zijn ogen kijken, steels.
Niet glimlachen, alleen kijken, wachten. Tot hij het initiatief neemt, zonder iets te vragen een Martini on the rocks voor haar bestelt. Ze zou de olijf zonder te kauwen doorslikken. Hij zou haar zittend aan de bar vertellen over de zinnen die hij onder de grond zingt. Ze zou hem eindelijk verstaan, zo zonder de metro. Hij zou zeggen dat hij voor haar heeft gezongen, al die tijd.

Toch loopt ze ook vandaag na drie minuten verder. Het geluid van de gitaar onder zijn arm bereikt haar niet en zijn stem sterft weg in de lome volksverhuizing. In de dagen die volgen voert ze eindeloze gesprekken met hem.
Als vader, als minnaar, als vriend.

Zijn stem is diepgeworteld, soms praat hij binnensmonds. Hij vertelt over zijn tijd in het gekkenhuis, waar hij de verpleegsters één voor één het bed in kreeg. Die vrouwen hielden van zijn gevoel voor humor, hij speelde dat hij dronken was. Het blijkt dat hij daar twee dochtertjes van vijf aan heeft overgehouden, bij twee moeders. Dat ze op hem lijken door hoe ze praten; snel. En dat hij zich over dit gedrag verbaast. Hij ziet ze één keer in de maand bij de banketbakkerij, om een taartje te eten. Zij zal een keer meegaan, zodat ze kan tonen hoe leuk ze het met kinderen kan.

Niet eerder in haar leven lacht ze zo veel. Hij is een verteller. Hoe hij onwaarschijnlijke situaties als vanzelfsprekend verkoopt, vindt ze onnavolgbaar. Ze dacht altijd dat ze geen humor had. Als mensen in een lachsalvo uitbarstten, voelde zij zich doorgaans een buitenstaander. Hij belooft haar dat dit niet meer voorkomt. Het maakt haar verlegen. Daar moet hij om lachen.

Het eerste lied dat hij voor haar zingt, gaat over zijn land. Hij komt niet van ver, wel van elders. Een plek waar iedereen ploetert en elkaar met grappen verleidt. Over de heuvels zingt hij, hoe ze golven. Over schapen die het gras herkauwen. De geur van lentezon. Alles in mineur, hij mist ze. Als ze kon reizen, zou ze hem meenemen naar zijn land.

Ze verandert. Bij de drukkerij merken ze het ook. ‘Wat ben je traag’, krijgt ze te horen.
Haar wangen zuigen bloed als ze hem passeert, ook op een paar meter afstand durft ze hem niet aan te kijken.
Toch weet ze dat hij haar ziet.

De promotie blijft uit. ‘Je verbaast ons, dit gedrag ligt niet in de lijn der verwachtingen’, zegt haar baas. Ze kan moeilijk een houding vinden, ze is gewend dat alles dat de rolletjes vanzelf voor haar gaan lopen. Ze hoopt dat ze de reistijdschriften wel mag blijven doen. Dat mag.

Op een dag zal hij bij haar komen wonen, weet ze. Haar huis is er groot genoeg voor en ze put houvast uit het motto van haar grootmoeder: ‘Leven doe je niet alleen’.
Om alvast te oefenen kookt ze voor twee personen. Macaroni, Mexicaanse tortilla’s, aardappelen met een biefstukje op zijn tijd. Ze denkt niet dat hij vegetarisch eet, op straat heb je weinig keus. Het smaakt goed, voor twee personen koken gaat vanzelf gepaard met liefde. Wat ze over heeft zet ze op het dak, er zijn altijd katten.

Als ze op een herfstachtige zaterdag een nieuwe garderobe voor zichzelf aanschaft, sluipt ze gauw even naar de herenafdeling van het warenhuis om de mannenmode te bekijken. Zal ze iets voor hem uitzoeken? Ze kan makkelijk inschatten wat zijn maat is, daar heeft ze oog voor. Er zijn aanbiedingen. Ze zal het voor hem klaar hangen, bij haar in de kast. Met een zakje lavendel ernaast.
Het kan dat ze wat hard van stapel loopt, maar kleren hebben eigenlijk geen uiterste houdbaarheidsdatum. Dat zie je op oude schilderijen. Behalve als je het echt alleen om de mode doet. Voor zichzelf is ze daar redelijk streng in, je zult haar niet gauw twee jaar met dezelfde winterjas zien lopen. Hij zal blij zijn.

Ze vindt een donkerblauwe ribbroek, een bordeaux-rode blouse en een lichtgroene wollen trui voor hem. Om het af te maken koopt ze een paar sokken, een zakdoek en een zijden onderbroek.  Voor zichzelf zoekt ze een bijpassende jurk en zwarte naaldhakken uit. Ze voelt zijn arm om haar middel terwijl ze door de straten van de stad fladdert met de aankopen in een stevige tas. Hij knijpt bemoedigend in haar linkerbil.

Onder de grond beweegt vandaag minder volk, het is weekend. Hij staart haar aan, nog voor ze passeert. Alsof hij weet dat het voor hem is wat ze in haar armen draagt. Er is contact, zoals er altijd contact zou moeten zijn. Ze zeggen niets en blijven kijken. Dat houdt ze niet lang vol. Ze buigt haar hoofd, telt de tegels. Honderdvierendertig. Ze voelt dat haar wangen kleuren. Als ze na een paar meter omkijkt, kruisen hun blikken opnieuw.

Terug thuis is er iets vreemds. Ze kijkt naar het schilderij boven haar bank, dat hangt scheef.
Als ze op de bank gaat staan om het recht te trekken, glijden alle kussens eraf. Ze legt ze terug.
Er hangt een onbekende lucht in haar huis, die niets te maken heeft met de lelies die ze de dag ervoor op tafel heeft gezet. De meubels die er staan, de verzameling minicactussen, de reistijdschriften in de kast, het is net of ze alles voor het eerst ziet.
Haar ogen glijden over de objecten, het grijze tapijt, de foto’s van mensen die zich haar vrienden noemen. Wat doen al die dingen daar? Vormen de spullen zich naar haar, of vormt zij zich naar de spullen? Ze sluit het keukenraam.
Hij zal weigeren te komen, als hij ontdekt dat ze niet weet of ze wel echt bestaat.
Ze pakt een reistijdschrift uit de kast en bladert het driftig door. Bij een verhaal over een wandelvakantie in Tirol blijft ze hangen. De foto’s van massieve bergen met witte toppen brengen de rust terug in haar hoofd. Ze ziet Edelweiss in close up afgebeeld, denkt aan het liedje en weet dat ze niets anders moet doen dan ze deed. Hij past erbij, dat zal iedereen begrijpen.

Vandaag zal ze op hem afstappen. Ze is erop voorbereid. Gehuld in de jurk, haar ogen subtiel opgemaakt en bruine lippenstift op haar lippen. Ze gleed van huis naar metro, het voelde feestelijk. Voor het eerst zal ze hem bij daglicht zien. Ze heeft een aardbeientaartje voor hem bij zich. Ze zal zeggen dat ze er klaar voor is, eindelijk. Daarna moet ze naar haar werk, maar als hij wil blijft ze bij hem. Niemand kan hen uit hun lood slaan.
De deuren van de wagon gaan open, ze kan alleen maar glimlachen.
In de verte hoort ze zijn de klanken van zijn gitaar tegen de muren ketsen. Haar hakken zijn hoog, ze zet kleine passen vooruit, zo sierlijk mogelijk. Het gedonder van de metro is als tromgeroffel. Een uitgelaten teckel rent blaffend haar kant op en laat zich op het laatste moment door zijn baasje wegtrekken.
Even houdt ze in, voor later. Zodat ze zich elke seconde voor het beslissende moment straks kan herinneren. Nog ongeveer veertig tegels, als hij naar rechts kijkt zal hij haar zien.
Hij kijkt niet, hij zingt. Een vrolijk lied.
Ze heeft thuis in de spiegel geoefend hoe ze hem aan zal spreken.
‘Vandaag is het feest’, vond ze te cryptisch. ‘Ik wil je met ons feliciteren’ te direct.
Ze heeft naar zichzelf geknipoogd, toen ze wist dat het goed was.
‘Daar ben ik dan’, zegt ze en ze houdt het taartje omhoog.
‘Eindelijk’ antwoordt hij.

 

9/19

Een briesje

Gedicht
11 mei 2017

Melancholie kruipt door een boze bui
Er hangt zo veel herfst
aan de strakke lijn
Wiegend
Tussen plaats delict en getuigenis
Rottend hartzeer, een
schimmelend systeemplafond
splinters van
verbroken verbintenis

Red mij niet, zingt de dode man
Bevestig mijn bestaan,
antwoordt de vrouw

erken een plaats
in het verhaal

vergeet
toe te geven
Welk aandeel
waar verscholen zit

herinner,
ga dan vooruit

10/19

Ons soort

Notitie
10 juli 2013

Het ging over de anonieme man die langs het raam liep. Ons raam, wij stonden aan de andere kant van het glas.
Hij had een hoed op, een sjaal om, stapte met een slepende tred. Zoals dat gaat bij dat soort mannen. Ooit was hij niet anoniem geweest en we stonden samenzweerderig bij elkaar. Wisten we het nog, van de tijd toen we hem vaker zagen? Die tijd van kloppende harten en overal een brandend vuur? Hadden we niet allemaal gedacht dat zijn leven zich grootser zou voltrekken dan het onze? Ja, dat wisten we nog wel, dat we dat toen dachten.
Geen van ons kon zich voorstellen dat hij zich ooit nog in ons midden zou willen begeven. Wij waren nu immers van een ander soort. Niet groots, maar steady. Het lag niet aan ons dat hij er niet tussen paste, daar koos híj voor. We keken elkaar aan en lachten. Het lachen werd steeds luider, smakelijker, opgelucht. Wij waren van ons soort, het voelde bevrijdend om het eindelijk eens gezegd te hebben. Tot één van ons zijn stem verhief.
Hij zei: is de eenzaamheid niet een dierbaarder vriend, trouwer dan wij allen samen?

11/19

De achterkant van de maan

Observatie
3 juni 2013

Het ruikt er naar kelder. Een oostenwind blaast vermoeid langs eindeloze rotspartijen. Alles dat ooit te lang duurde ligt vertwijfeld opgeslagen in een dal achter de hoogste berg. Van een inauguratie tot de jaarlijks terugkerende presentatie, grafredes en een lijdensweg. Verboden toegang is niet alleen voor onbevoegden. Wie er toch een voet zet, blijft plakken en lost na 23 dagen op.

12/19

Vijf levens

Gedicht
19 mei 2013

een kalm leven
zonder veel schermutselingen
plankenkoorts en dat soort dingen
een verzameling van porselein
plantenbakken voor het raam
een bordje met een naam
in een koor zingen

een kort leven
door de loop van de geschiedenis
stevig achterop de fiets
zo verdwijnen in het niets
bij een afslag met teveel verkeer
alleen nog de foto in een lijst
genomen bij slecht weer

een lui leven
waaien met alle winden mee
languit op de sofa
zittend de zon achterna
wachten tot een kind de was doet
uitstellen voor er überhaupt wat moet
de hele dag tv

een vol leven
tijd met geld betalen
van trage treinen balen
vijfentwintig vrienden in één hand
in de andere twaalf hobby’s
onnavolgbaar winnen
na een dom verlies

een handig leven
bouwtekeningen opgesteld
in een hooiberg gevonden: een speld
alfabetische volgorde
zagen, veilen en een boor
tussen de bedrijven door
alles past en is in orde

13/19

Op tijd

Notitie
5 mei 2013

In de verder kale gang hangt een jaarkalender van 2007, een cadeau van de Chinees. Hij hangt daar nu dus vijf jaar. Blijkbaar gebruikt niemand hem. Passanten staan niet stil, passanten passeren.
Vijf jaar geleden was dat nog anders, toen hing iemand de kalender nog op. Ik weet niet waarom.
Toen kende ik haar nog niet.
Ze belde vanmorgen om tien voor half acht, omdat ze toch al wakker was. Ik kreeg mijn ogen nog niet open. Of ik nog aan de enveloppen had gedacht. Ze wist wel dat de afspraak was om na negen uur te bellen, maar vandaag zou ik om negen uur bij haar op de stoep staan. Een noodgeval dus.
Haar vriendin belt sowieso elke dag om zes uur in de ochtend en ze neemt de telefoon altijd op. Zij wel.
Ze is liever wakker dan dat ze niemand heeft om koffie mee te drinken.
Nadat ze me om 09.03 uur binnenlaat, doet ze de deur op slot. Voor de zekerheid.
Zoals altijd ga ik aan tafel zitten in de woonkamer. De grote zwart-witte kater dwingt een plek af op mijn schoot. Het gaat niet zo goed met haar, maar dat is een privé-situatie. Ze vertelt mij alleen over haar illustraties, daar kom ik voor. Die tekent ze liever met potlood dan met pen, mag dat ook? Het mag.
Ik leg twintig lege enveloppen voor haar op tafel neer. Ik kan haar illustraties nog twintig keer komen halen. Voor ik het weet sta ik met een enveloppe vol tekeningen aan de andere kant van de deur en hoor hoe ze het slot weer omdraait.
Buiten schijnt de zon op mijn gezicht, een trein glijdt voorbij.
Ik ben vergeten om op de kalender te kijken welke dag het vandaag vijf jaar geleden was.

14/19

Groot en klein

Notitie
24 april 2013

Ze houdt van herinneringen. Dat begon als klein kind, toen ze zich groots voelde door het onthouden van namen, van dingen, van een feest. Als haar geheugen zo veel mogelijk opsloeg, wist ze, zou ze kunnen zien wat er veranderde in haar leven. Zij veranderde niet, de spullen en de dingen en de mensen veranderden haar. Eerst gaven de mensen haar nog een konijn voor haar verjaardag, dat werd later een bureaustoel of een koffiezetapparaat.

Als beginnend groot mens schaamde ze zich wel eens voor alles wat ze nog van vroeger wist. Bij anderen ging dat niet zo, die wisten er weinig van en het stond veel interessanter als de dingen van vroeger er niet toe deden. Namen van mensen onthield je niet, gebeurtenissen evenmin. Het ging om wat er op dát moment gebeurde, zoals de dingen die je zei, de grappen die je maakte.
Ze voelde zich wel eens alleen met al haar verleden.
Nu ze groot is, vormen de herinneringen een meetlat. Zo lang ze maar zo veel mogelijk weet, bestaat er een kans dat het allemaal nog beter wordt. Hoe meer ze zich herinnert, hoe minder fouten ze een tweede keer maakt.

‘Het komt allemaal wel weer’ hoorde ze de oude vrouw die haar herinneringen vergeet en ook dat niet meer weet, zeggen.
Zij is daar niet zo zeker van. Hoe meer zij zich herinnert, hoe minder ze dat wil, dat het allemaal weer komt. Ze houdt van herinnering, niet van herhaling.

15/19

Tot hier

Gedicht
19 april 2013

er zijn grenzen
zingt ze
daar had hij nog niet
zo over nagedacht
en hij lacht
een beetje verbaasd
ze heeft haast

dat had hij toch minstens
van een ander verwacht
zij wil ergens niet zijn
vooral hier
hij is nergens
en hij denkt
de dingen en mensen die we missen
missen weer andere dingen
en mensen

er zijn grenzen
zingt ze

16/19

Onrust

Gedicht
19 april 2013

onrust kruipt
waar het niet gaan kan
net als de mier
die vanmorgen tiptobbend
over de rand van
de tobbe tippelde
of de getekende ansichtkaart vol
wiebelende fietsers, onderweg
misschien uit India
via via
aangewaaid

en wat je zonder te ademen hoorde, een rij oude auto’s
razend de stad uit
over de A1

de mier is het
verder niet gelukt
onder mijn vinger
platgedrukt

17/19

Dourtrekpotpourri

liedje
11 juli 2010

ik sta op straat
routineplasjes na te spoelen
En terwijl jij doorloopt
zeg ik zeg zo zo
ziezo
kom bij mij
hierzo

kom je even bij me zitten
ik geef je een lange minuut cadeau
twee als dat jou beter ligt
laat me kijken
naar je tempo
toe, wil je teder met me klitten
ik ontlast je snel
als jij nu zwicht
je zwicht

 

refrein:

Laten we kiezen voor de hang naar zacht
Voor een zompig vooruitzicht
op de val gericht
dolende drek
doorlekkende drang
duizend delen die naar buiten willen
trillen en
tuimelen in mijn schoot
bij dit lome licht
als ik zachtjes wieg
En lach
Lach en lig
Voor jou

 

ik aai de ribfluwelen strepen
van je broek
die zakt alsof je thuis bent
plof
de wind blaast haren
van je bleke been
omhoog, of
de duizend spetters die je uitstoot
droog, smetteloos
tot je mijn rol papieren vindt
en als je in een flits
mijn mond verstopt
een ruk geeft aan je rits
je lome resten weg wilt spoelen
stroom ik over

 

ik zie hoe
de buitenlucht bungelt
in je gezicht
en betreur dat je klungelt
met het bericht
van een telefonische stalker
die jou van zwijgen beticht
mijn wijde mond staat open
ik wieg nog licht
van je roekeloze resten
en laat je lopen
je hebt je gat alweer gesloten
je gesloten gat
is dicht

 

Dit liedje heeft ook een melodie. Er is een huwelijk uit voortgekomen. Nieuwsgierig hoe het klinkt? Mail me.
18/19

Fragment ‘Doorzon’

Toneel
27 maart 2009

Zij:
Ik ben een fotolijstje
met een wisselend portret
Ik hang niet boven de bank of op de koelkast of in de gang
ik lig onder de dekens, stevig ingepakt
zodat mijn ziel niet uit de bocht vliegt
overdag blindeert een glimlach me
de mondhoeken helpen om het hoog en droog te houden
en me te beschermen tegen de zon

Hij:
zonder zon kan ze niet leven
maar ze weet wat er met Icarus is gebeurd
die vloog met zijn enthousiasme tegen de lamp
te veel licht wil ze daarom niet doorlaten

Zij:
als je te lang in de zon kijkt wordt alles zwart, uiteindelijk
ik heb bescherming nodig voor als de zon uit staat
om barsten aan de oppervlakte te voorkomen
daarom
daarom
daarom lig ik ‘s nachts onder een groot dik dons
met hem

daar ligt ie
stil issie hè

ik zie hem graag zo. Zie je, hij glimlacht.
Ik vind dat hij naar de kapper moet.
Ik weet eigenlijk niet waarom.

Hij:
ze mist me
het duurt al een tijdje
die stilte tussen ons
zeker drie uur

Zij:
mensen hebben dat nodig, slaap
die worden zomaar ineens moe
moe van het leven, of van zichzelf
die verstoppen zich dan, ze doen gewoon pardoes hun ogen dicht

19/19

Schrijfwerk waar je me voor inhuurt

Tekst, copy & journalist

Met veel toewijding en ervaring schrijf ik journalistieke, educatieve, wervende en beschouwende teksten. Je kunt bij mij ook terecht voor nieuwe ideeën, research, hoofd- en eindredactie. In het blauwe deel van de site vind je voorbeelden.
Ik werk graag voor maatschappelijk betrokken (culturele) pioniers en opdrachtgevers met een brede horizon.
Wie weet ook voor jou.

Ik maakte de afgelopen jaren werk voor onder meer Stadsherstel, Frascati Theater, Cultuur en Ondernemen, De Regenboog Groep, Ruigwerk, De Heeren van Zorg en De Trap.

Lees ook de blog over mijn project het Waardentestament.

Wil je me zien?

1/17

Contact

Kan ik iets voor je schrijven, met je meedenken of wil je me een vrije opdracht geven? Stuur me een bericht of gebruik de telefoon.

claartje@claartjechajes.nl
06-47146450

2/17

Deform Reflect, performance

portfoliotekst
7 maart 2018

De oppervlaktestructuur van Deform Reflect herken je uit het dagelijks leven. De strepen van een luxaflex, een spiegelend Rolex-horloge of het rollende lijnenspel van golvend water.
Het werk is zowel solide als dynamisch. Een beeldhouwwerk in stilstand, in beweging een organisme.

Deform reflect (2017) is een performance die je confronteert met de tegenstelling cultuur-natuur. Waar heb je als mens invloed, waar houdt de natuur het heft in handen? De vijf meter lange cocon reflecteert, ontroert en intimideert. Net als je er woorden voor vindt, kronkelt de sculptuur onverstoorbaar in de richting van een ander vocabulaire. Tijd en ruimte verdwijnen in het licht-humoristische en dierlijke spel van de vorm.

De sculptuur is een vervolgonderzoek van Deform (2015). Waar Deform ophoudt na explosief vormelijk experiment, beleef je bij Deform Reflect een hypnotiserende ruimtetijd. De vertragende lengte en het reflecterende licht vangen je blik. Het gerecycled restmateriaal komt van een lamellenfabriek, dat aanstekelijk knispert en knakt.

In gang gezet door de vertragende lengte en de weerkaatsing van licht.

Het gerecycled restmateriaal, dat aanstekelijk knispert en knakt, is afkomstig van een lamellenfabriek.

Compositie geluidsdecor elektrische harp: Rosalie Wammes.

Performancebeschrijving voor www.iriswoutera.com/deform-reflect
3/17

“Mensen met autisme zijn hartstikke normaal”

Interview
7 maart 2018

Amy Harkamp (23) deelt een eengezinswoning met een huisgenoot. “Ik kan iets doen om mijn ingewikkelde kanten bij te sturen.”

Amsterdam Noord, een schrale herfstdag in Tutti Frutti-dorp. Voordat het gesprek in de woonkamer van Amy’s gedeelde arbeidershuisje begint, start Amy al enthousiast: “Ik hoop dat je niet bang bent voor ratten? We hebben ze een maand nadat we hier kwamen in huis gehaald. Ik wilde een hond, dat mocht niet. Ratten wel, ook goed. Ze heten Discord en Rami. Lief zijn ze hè? Ze luisteren naar me, daar ben ik zo trots op! Ik heb ze een speciale rattenpudding gegeven.”

Aan tafel in de woonkamer vertelt Amy openhartig en in een beweeglijk hoog tempo over haar leven met autisme. “Ik hoef me nooit zorgen te maken of ik iets vergeet, dat is voor mij wel een voordeel. Mijn koptelefoon werkt, mijn sleutels zijn op een vaste plek. Dat gaat allemaal automatisch goed, omdat ik te veel stress krijg als ik dat soort dingen niet regel.”

Tweehonderd hulpverleners

Ze heeft de diagnose ‘autisme’ sinds anderhalf jaar, voor haar was het een grote opluchting toen een therapeut de stoornis suggereerde, die bleek te kloppen. Ze kon eindelijk haar eigen gedrag beter verklaren. “Ik ben niet getikt! Dacht ik. Nú begrijp ik waarom ik superkoppig ben en me in ogen van anderen vreemd gedraag. Mijn leven heeft zin, ik ben normaal! En ik kan iets doen om mijn ingewikkelde kanten bij te sturen.”
Na deze uitkomst heeft haar behandelaar bij GGZ InGeest haar in contact gebracht met De Heeren van Zorg. Tot haar verbazing hoefde ze maar een paar maanden te wachten op een woning. Over de begeleiding is ze vol lof. “Ik heb sinds mijn zevende zo’n tweehonderd verschillende hulpverleners meegemaakt, ik weet waar ik het over heb. De Heeren van Zorg snappen me, er wordt echt naar me geluisterd. Het voelt veilig, fijn en vriendelijk. Dat doen ze heeeel goed. Ze zijn niet zwart-wit, maar grijs. Ze zeggen: wij vinden dat het zus moet, maar als jij daar anders over denkt dan kijken we of het zo kan. Dat bedoel ik met grijs.”

Trouwen en kinderen

Haar toekomst heeft ze al helder uitgestippeld. Volgend jaar wil ze op de doorstroomlijst komen, zodat ze kan gaan samenwonen met haar vriend. En daarna trouwen, een gezin beginnen, de hele mikmak. Met twee kinderen. De jongensnaam weet ze al, het meisje nog niet. “Ik vind Elsa een mooie naam, maar het moet perfect zijn.”

Of er nog iets is dat zij belangrijk vindt om te noemen? “Mensen die autisme hebben zijn geen minderwaardige mensen. Ze zijn niet geschift of gevaarlijk. Ze blijven gewoon mens. Omdat ze zich soms anders gedragen, betekent dit niet dat je ze als gek moet behandelen. Ik heb dat heel vaak meegemaakt. Ik gedraag me zoals ik ben, dat is geen kwestie van get over it. Maar ik kan wel dingen leren.”

Dit interview is opgenomen in het informatiemagazine van De Heeren van Zorg, waarvoor ik alle teksten verzorgde.
4/17

Paradijs in de polder: Fort K’IJK feestelijk geopend

Verslag opening
5 oktober 2017

Dit artikel staat ook op de website van Stadsherstel Amsterdam.

Een unieke plek in Noord-Holland, Europa en misschien zelfs wereldwijd. Na zeven jaar inspanning realiseert Stadsherstel samen met Landschap Noord-Holland, de Provincie en huurder Heeren van Zorg ‘Fort K’IJK’ aan de Krommeniedijk. Een multidimensionaal woon- en belevingscentrum waar jongvolwassenen met autisme wonen. Professor mr. Pieter van Vollenhoven tijdens opening: “Een monument zonder herbestemming is ten dode opgeschreven.”

“Om verliefd op te worden”, vindt gedeputeerde van de Provincie Noord-Holland Joke Geldof de inrichting van het historische Fort. “Zo’n kamer, met zó veel licht, een eigen én een gemeenschappelijke ingang en dan die rust, daar kan je toch alleen maar van dromen?”
Voor het eerst heeft een Fort in de Stelling van Amsterdam zowel een sociaal-maatschappelijke als een ecologische bestemming gevonden. Er zijn 24 zelfstandige woonruimten, waar jongeren met een autistische stoornis begeleid door De Heeren van Zorg voor het eerst op kamers gaan.

Fort K’IJK – voorheen Fort Krommeniedijk, UNESCO Werelderfgoed –  is omringd door weilanden, koeien, vogels en Hollandse wolkenluchten. Vogelspotters kunnen zich vergapen op het uitkijkpunt en verlekkeren bij de tweejaarlijkse inundatie -onder water zetting- van het land. Zeven schapen ontfermen zich over het gras van het dak, topontwerper Piet Hein Eek ontwierp de fortwachterswoning met een knipoog naar de authentieke houten Zaanse architectuur. En zowel bij goed als slecht weer kan jong en oud terecht in de opvallend creatief en smaakvol vormgegeven ‘schatkamer’ van het bezoekerscentrum. Oftewel: een klein paradijs in de polder.

 

Liefde op het eerste gezicht
Het koste zeven jaar doorzettingsvermogen om zo ver te komen. Er waren bestemmingswijzigingen, bezorgde omwonenden en potentiële bewoners met koudwatervrees. “Deze plek is zó mooi en authentiek, die verdient een publiek. Daarom bleef ik erin geloven” vertelt Arthur Schaafsma van Bezoekerscentrum Natuur & Landschap in de Stelling van Amsterdam. Ook Telly Noutsis van huurder De Heeren van Zorg maakte slapeloze momenten mee. Kon het echt rendabel worden? Maar: “Het was liefde op het eerste gezicht en op een gegeven moment kan je niet meer terug. Hier willen wij onze cliënten leren hoe je samen redzaam kunt zijn.”

Voor Stadsherstel is de intensieve samenwerking met verschillende grote partijen een mijlpaal. “Verbindingen leggen, dat is onze rol. Een mooie restauratie is niet het belangrijkste”, meent projectleider Paul Morel. “Samen de juiste functie vinden, daar gaat het om. Met de juiste bestemming kan een biotoop groeien, dát maakt de gebouwen pas echt waardevol.”

Anderhalf jaar geleden kon de restauratie van het complex beginnen. Belangrijke thema’s in het duistere en hermetische fort waren voldoende lichtinval, zorgvuldige ecologie en een zelfvoorzienende energiehuishouding. Zonnepanelen, hergebruik van regenwater en een warmtepomp met aardwarmte voor vloerverwarming maken de energiekringloop voor tachtig procent rond. Het kille beton kreeg warme accenten door extra aandacht voor details. Opvallend in de smalle gangen zijn authentiek geschilderde naamaanduidingen van munitieopslag en balken in de muren. De ziel van de krijgsmacht waart door de gangen.

Zelfstandig wonen enorme stap
“Het wereldwijd unieke van het fort”, doceert Professor mr. Pieter van Vollenhoven – voorzitter van de Commissies Herbestemming Monumenten en Realisatie Natuurverkiezing – de aanwezigen tijdens de opening, “is het inunderen. Forten vind je van Antwerpen tot Kopenhagen en verder, maar nergens kunnen ze de boel onder water zetten.”

De nieuwe bewoners kunnen zich daarmee waarschijnlijk verheugen op internationale belangstelling. Dat is voor hen een bijkomstigheid, want de eerste tijd buiten het ouderlijk huis vergt alle aandacht. “Ze vindt het ontzettend spannend, zelfstandig wonen is een enorme stap”, vertelt mevrouw Kunst in de toekomstige kamer van haar dochter. Er staat een opgemaakt bed, de inrichting door de Heeren van Zorg is stijlvol. Kunst: “Ze is dolblij, ze studeert bloemschikken en gaat nu echt haar eigen weg. Wie weet kan ze straks wat betekenen bij een bruiloft of receptie in het Fort.”

De Heeren van Zorg wil de verschillende functies van het gebouw met haar bewoners benutten; er komen leer- werkplekken in de theeschenkerij en bij cliënten kunnen zich inzetten bij het onderhoud van het groen. Na drie jaar trainen verhuizen ze weer. Directeur Telly Noutsis: “Waar willen we met z’n allen dat het heengaat met deze prachtige plek? Hoe gaan we dat doen? Die vragen stellen we onze cliënten, daar komen we samen uit. Als je verantwoordelijkheid krijgt en dat lukt, krijg je zelfvertrouwen.”

Dit artikel staat ook op de website van Stadsherstel Amsterdam.
5/17

Waardevolle geschiedenis vroegste werk Jacob de Wit

Achtergrondverhaal
6 september 2017

Dit artikel staat op de website van Stadsherstel Amsterdam.

Onze panden herbergen bijzondere schatten. Kalkmarkt 7, een pand dat wij kregen via een nalatenschap, is een prachtig voorbeeld. Eeuwenlang leefden er opeenvolgende bewoners met een groot religieus tafereel in hun tuinkamer. Dat dit een opdrachtwerk was van de bekende 18e eeuwse schilder Jacob de Wit, raakte in de vergetelheid. Lees hier wat wij over het schilderij ontdekten.

Kerstmis, jaren zestig, oud-Amsterdam. In de tuinkamer van de Kalkmarkt 7 had het gezin Van Waarden zich rond de eettafel geschaard. Kaarslicht vulde de ruimte discreet. Het gereformeerd protestantse gezin concentreerde zich op vader Van Waarden, die zijn vrouw, drie zoons en twee dochters uit de Bijbel voorlas. Het tafereel maakte diepe indruk op de aanwezigen, mede dankzij het grote schilderij boven de schoorsteenmantel. Het stelde ‘Christus geneest de lamme’ voor en luisterde waakzaam met hen mee.

Toen Stadsherstel de sleutel van Kalmarkt 7 in 1992 overhandigd kreeg van Boekbinderij Van Waarden, hing het schoorsteenstuk nog steeds op haar vertrouwde plek in de tuinkamer. Het hoorde bij het pand, net zoals je deuren en ramen erin laat zitten. Vader van Waarden had nog weleens iemand van Christy’s laten komen om het doek te taxeren, die typeerde het als ‘een Vlaamse kopiist’. Een sympathie behangetje dus.

Het doek kreeg een mooie plaats in onze Schuilkerk de Hoop in Diemen. Waar bij toeval Jacob de Wit-kenner Guus van den Hout het schilderij als een echte Jacob de Wit ontdekte. Het bleek een zeer vroeg stuk te zijn van de vele werken die de schilder voor de Amsterdamse elite van de grachtengordel had vervaardigd. Het had dus meer dan drie eeuwen met de verschillende bewoners meegeleefd.

Opdrachtgever afgebeeld

Het pand Kalkmarkt 7 is in de tweede helft van de 17e eeuw gebouwd. De straat dankt haar naam aan de Friese kalk- en steenschippers die er destijds hun ladingen brachten. Het gebied werd indertijd Waalseiland genoemd, vanaf 1636 besloot men het stuk ondiepe water te ‘plempen’. Steenkoper Cornelis Corneliszn was in 1646 de eerste eigenaar van het perceel. Een aantal jaar later (1713) werd de katholieke makelaar Cornelis Hendrikszn van den Idsert de eigenaar.

Dat was de periode waarin Jacob de Wit de opdracht kreeg voor ‘Christus geneest de lamme’.

Wie indertijd de beroemde kunstenaar Jacob de Wit (1695-1754) een opdracht gaf, wist dat dit bijdroeg aan de status van zijn interieur. De schilder was zeer befaamd om zijn geraffineerde stijl en beheersing van het licht. Hij kreeg opdrachten voor plafond- en wandschilderingen in vele koopmanshuizen en buitenverblijven.

Dat ‘Christus geneest de lamme’ een De Wit is, leek aanvankelijk niet logisch. Compositorisch is het eerder Frans dan Nederlands. Echter: de vlot geschilderde figuren op de achtergrond en rechts zijn verwant aan het plafond in het Bijbels Museum en techniek plus kleurgebruik kenmerken zijn vroege periode. Bovendien genoot De Wit zijn opleiding in Antwerpen, wat de Franse invloed kan verklaren.

Bijzonder aan dit schilderij is, dat er naast mythische figuren ook een Amsterdamse koopman is afgebeeld. Links achter de beeltenis van Christus staat een forse man van rond de zestig die de toeschouwer recht in de ogen kijkt. Dat is naar alle waarschijnlijkheid de opdrachtgever en toenmalige eigenaar van Kalkmarkt 7: handelsmakelaar Cornelis Hendrikszn. Van den Idsert.

Genezing van een lamme te Bethesda
In het Nieuwe Testament vinden we Jezus bij de Schaapspoort, een van de poorten om Jeruzalem, waardoor de offerdieren naar binnen kwamen. Toen was daar ook een soort ziekenhuis gevestigd, met een menigte van verdorden, kreupelen, zieken en blinden. Vlakbij lag het badwater Berthesda waar zo nu en dan een spoor van Gods genade merkbaar was: het water ging bewegen. Wie dan het eerst in het badwater kwam, werd gezond. Er was een verlamde man die daar al 38 jaar had verbleven en nog nooit de kans kon grijpen om het eerst in het water te komen. Jezus liep direct naar de man toe en vroeg: Wil jij gezond worden? De man antwoordde: Heer, als het water in beweging komt, is er niemand om mij erin te werpen. Jezus zei daarop: Sta op, neem uw beddeken op en wandel. Terstond werd de mens gezond, nam zijn beddeken op en wandelde. (Joh.5: 8) Als men ziek is, moet men bereid zijn te willen genezen, ongeacht alle consequenties. Dat leert Johannes 5.

Lekkend regenwater

In 1977 werd Stadsherstel eigenaar van Kalkmarkt 7, een legaat van de in Hilversum woonachtige Mevrouw Elisabeth Neideck. Haar vader had het pand in 1897 gekocht waar hij met zijn gezin ging wonen voordat hij in 1938 naar Hilversum verhuisde. De kinderloos gebleven Mevrouw Neideck stelde in haar testament als voorwaarde dat boekbinderij Van Waarden nog twintig jaar in het pand mocht blijven. Sinds 1938 huurde de familie Van Waarden het gehele pand.

Dochter Elly Linger-Van Waarden ervoer het als “fantastisch” dat ze er is opgegroeid. “Ik vond het heel bijzonder dat mijn vader een heel pand ‘bezat’, zoals ik toen nog dacht. Onze omgeving keek tegen ons op.”

Zoon Theo herinnert zich dat het schilderij in de tocht van de schoorsteen hing en ze provisorisch afvoerpijpjes knutselden die lekkend regenwater om het kunstwerk heen leidden. Want: “We bekommerden ons om het schilderij en het pand.”

In 1992 verhuisde de boekbinderij naar een industrieterrein in Zaandam. De vijf kinderen Van Waarden trokken allemaal de stad uit. Elly Linger-Van Waarden: “Mijn vader maande ons altijd om niet over het schilderij te praten. Hij dacht dat een leerling van Rembrandt het had gemaakt en dat het waardevol was. Hij zat er niet eens zo heel ver naast.”

Kalkmarkt 7 werd door ons gerestaureerd en het schilderij kreeg een plek waar meer mensen ervan kunnen genieten. Heeft u het schilderij niet gezien bij de Paroollezing van 31 augustus? Niet getreurd, u kunt het schilderij komend weekeind tijdens de Open Monumentendagen bewonderen in Schuilkerk De Hoop in Diemen (Harteveldseweg).

 

Bronnen:
Archiefonderzoek in het stadsarchief
Onderzoek Thijs Boers naar de familie Van den Idsert
In de wolken Jacob de Wit als plafondschilder van Guus van den Hout
Interviews met de familie Van Waarden

Dit artikel staat op de website van Stadsherstel Amsterdam.
6/17

Inzicht

Gedicht
19 mei 2017

 

 

Betreed geen heiligdom, maar trippel
Over de treden
Beklim de toren, achterstevoren
Volg de sporen van
Goede moed

Bekijk de steen, het geraamte
Van een plaats waar dorpelingen
Geloofden
Zochten, vonden
Pleisters op wonden
Eensgezindheid, trouw.

Tuur verder
Bezie de horizon

Bestook wat passeert met vragen
De lucht zit nag vol dage *

 

* Zaanse uitdrukking voor ‘tijd genoeg’

Het gedicht ‘Inzicht’ is door Stadsherstel opgenomen in de blijvende expositie van de Zaandijkerkerk in Zaandijk.
7/17

Spinhuissteeg 12: “Mijn droomhuis”

Reportage
31 januari 2017

Deze reportage staat op de website van Stadsherstel Amsterdam.

Na twee jaar grondig restaureren is het laatste likje verf droog. Op vrijdag 20 januari gaat de rococo-voordeur van Spinhuissteeg 12 open voor belangstellenden. Vol lof beklimmen bezoekers de smalle trappen.

Op de eerste verdieping schuift een raam omhoog, een rode Stadsherstel-vlag zakt over de vensterbank de buitenlucht in. Het is een laatste handeling voordat de restauratiewerker het pand aan de Spinhuissteeg 12 verlaat, de eerste bezoekers zijn al binnen. Daar ruikt het naar een vers geklaarde klus, de witte muren stralen. Voor het eerst mogen Vrienden en belangstellenden rondneuzen in een opgeleverd pand, vlak voordat de huurders erin trekken. Tientallen geïnteresseerden meldden zich aan. “Ik twijfelde of ik wel moest gaan kijken”, bekent Eva Smit (33). “Dit is mijn droomhuis. Ik had het in gedachten al ingericht.” Smit en haar vriend Maurits van de Grift (36) reageerden meteen, toen ze in de nieuwsbrief lazen dat het woonhuis in de verhuur kwam. “Het souterrain met de bel-etage is perfect voor ons en onze dochter van 11. Middenin de stad en toch zo rustig.” Ze visten echter achter het net. Van de Grift: “Ik had een pesthumeur, toen er vrijdag nog steeds geen bevestiging was. Je tekent dinsdag in en als je voor vrijdag 12 uur niks hoort, houdt het op.” Het stel bewondert de zorgvuldige restauratie van het pand. “Ik vind de grote ramen aan de voorkant zo mooi, en de oorspronkelijke houten deurpost uit de 17 e eeuw die aan de achterkant is teruggevonden”, zegt Smit.

‘Leugenaar’ met uitzicht

Spinhuissteeg 12 bestaat sinds begin 17 e eeuw. Het pand is rond 1600 gebouwd door Adriaen Leendertsz, de toenmalige stadstimmerman. In de 18 e eeuw onderging het een grondige verbouwing, waarbij men onder meer de trapgevel voor een klokgevel verwisselde, de voorgevel vernieuwde en er een achterhuis werd toegevoegd. Toen we het pand in 2014 aankochten, had het twintig jaar leeg gestaan. Schimmel groeide gretig over muren, houtrot kroop in kozijnen. We herstelden en vernieuwden de fundering, lieten oorspronkelijke details -zoals de trap met figuratief houtsnijwerk en traditionele deurknoppen- opnieuw tot hun recht komen en plaatsten in beide appartementen een nieuwe keuken. Smit en Van de Grift werpen via de smalle steile trap ook een blik op het appartement boven, waar de zolder met vide en de ‘leugenaar’ aan de voorkant ook aantrekkelijk is. Smit: “Jammer genoeg is dit echt boven ons budget.” De ‘leugenaar’ is een tussenverdieping van 4 bij 2,5 met een 2 m hoog plafond. Omdat de gevel er aan de raamkant naar voren helt, kun je vanaf daar het water van de Kloveniersburgwal en de top van de Zuidertoren zien. De Spinhuissteeg is één van de honderd stegen in Amsterdam, waar door de eeuwen heen afwisselend notabelen en armen huisden. “Ze werden ook wel ‘slob’ genoemd, daar komt het begrip sloppenwijk vandaan”, vertelt Herbert van Hasselt enthousiast vanuit de woonkamer van de bel-etage. De oud-directeur van de Oude Kerk zet zich in voor het opwaarderen van stegen in de stad. “Ze mogen de boel niet egaliseren! Ik wil dat de gemeente oog heeft voor de historie, bijvoorbeeld door het plaveisel authentiek te maken. Er ligt een brief van me bij de wethouder.”

Rondleiding van de architect

Voormalig KNSM-directeur Henk Heuzeveldt is op de openstelling van Spinhuissteeg 12 afgekomen vanwege een daadwerkelijke bijzondere ontmoeting in het verleden. In de jaren ’50 van vorige eeuw hing hij regelmatig aan de bel van de rococo-voordeur, omdat zijn meisje er woonde. “Ik heb geen idee meer hoe het er toen uitzag”, bekent hij. “Ik was heel erg verliefd op juffrouw Waller. We woonden eerder in hetzelfde gebouw, elders in de stad. Dat vonden haar ouders niet goed, ze huurden vervolgens hier een kamer voor haar.” Dan komt ook de nieuwe huurder binnen, samen met haar ouders. “Na negen jaar en vier verhuizingen in Amsterdam heb ik ook een keer geluk” glundert Olga Boekhoorn (26). Ze vindt het “een beetje gek om met allerlei mensen tegelijk” haar toekomstige woning te bekijken, maar dat renovatie-architect Herriën van Dijk in een rondleiding alles over het herstel van het pand kan vertellen, is mooi meegenomen. Boekhoorn studeerde communicatiewetenschappen op een steenworp afstand van de Spinhuissteeg, ze volgde haar eerste college om de hoek bij de Oude Manhuis Poort. Ze wijst aan waar ze haar piano wil plaatsen, en waar een ronde eettafel. “Het voelt alsof ik in een museum woon, het huis ademt geschiedenis. Ik hou ervan om oude meubels te verzamelen, die komen hier mooi tot hun recht. Mijn ouders zien het wel zitten om hier een pied-à- terre te hebben vanuit Weesp. Dat zien we nog wel. Ik vind het ook heerlijk om middenin de stad te zijn!”

Deze reportage staat op de website van Stadsherstel Amsterdam.
8/17

Regenboog voorkomt huisuitzetting

Nieuwsbericht
20 september 2016

Dit nieuwsbericht staat ook op de website van De Regenboog Groep.

Door twee hulpprojecten te verbinden, konden medewerkers van De Regenboog Groep deze week voorkomen dat een vrouw met twee kinderen uit Amsterdam Noord dakloos werd.

De vrouw (57) is deelnemer van het project Vonk, waar ze administratieve coaching krijgt. Vanwege een huurachterstand dreigde huisuitzetting. Ze kon echter via het project Onder de Pannen een thuisloze een kamer verhuren. Met De Regenboog Groep tekende ze een contract voor 21 maanden, waarbij ze haar huurschuld aflost.

Schuld aflossen

Onder de Pannen is opgezet voor mensen die plotseling dakloos zijn, zij kunnen legaal een kamer huren bij iemand met een sociale huurwoning. De betreffende vrouw maakt gebruik van de nieuwe regeling ‘Kleine schuld, grote winst’. Daarmee kan De Regenboog Groep een beperkte schuld voor iemand aflossen. In ruil daarvoor neemt deze persoon iemand in huis. De huurder betaalt de huur aan De Regenboog Groep, waarmee de schuld direct is afgelost en andere administratieve problemen kunnen worden aangepakt.

Dit bericht is geschreven voor de website van De Regenboog Groep.
9/17

‘Ik studeerde met de Britse prinsen’

Ghostblog
1 oktober 2015

Deze ghostblog staat ook op de website van De Regenboog Groep.

Koud afgestudeerd aan één van de beste universiteiten van Groot-Brittanië, wilde Emma Atkin praktijkervaring opdoen. Ze sprong in het diepe: zes maanden lang werkte ze full time als vrijwilliger bij de inloophuizen van De Regenboog Groep. In deze blog doet ze verslag.

Na de afgelopen maanden bekijk ik Amsterdam op een andere manier. Ik heb de onzichtbare mensen ontmoet. Mensen met ongelofelijke verhalen en veel moed. Elke dag opnieuw zoeken zij naar een manier om te overleven. Ik doel op de mensen die niet consumeren, maar overleven in het decor van de stad. De feeststad Amsterdam, het toeristenparadijs. Zij moeten onvoorstelbaar creatief zijn om dat dag in dag uit vol te houden.

Ik zie nu veel meer gebeuren op straat, bijna elke hoek heeft een andere betekenis gekregen. Je herkent ze op het eerste gezicht vaak niet, ze hebben de mazzel dat ze zich kunnen wassen en gratis hun vuile kloffie kunnen inwisselen voor schoon goed in de kledingruil van De Regenboog. Ze hoeven overdag niet onder een brug te hangen, omdat ze op adem kunnen komen in een inloophuis. Daar ontmoeten ze hun vrienden, ze vinden er een thuis.

Ik ben bij De Regenboog Groep terecht gekomen nadat ik googelde op ‘verslaving’, ‘vrijwilligerswerk’ en ‘Amsterdam’. Als je mijn papieren bekijkt, is deze stap niet de meest logische. Mijn vrienden werken bijna allemaal in de financiële wereld. Ik volgde de middelbare school op een kostschool voor de elite in Engeland, daarna ging ik naar University of St Andrews in Schotland, de Universiteit waar ook de Britse Koninklijke familie studeerde.

Ik ben afgestudeerd in kunstgeschiedenis en antropologie. Als antropoloog in de dop vond ik het interessant om in allerlei verschillende kringen te verkeren. Van adellijke studenten en mensen die in een Porsche naar college kwamen, tot de Schotse locals die hard voor hun geld moeten werken.

‘Wie is de mens áchter het probleem?’

Mijn oorspronkelijke carrièreplan was om via kunst de twee werelden bij elkaar te brengen. Ieder mens herkent iets in kunst, ongeacht zijn afkomst. Wát een contrast was het nadat ik de eerste week in inloophuis De Kloof boterhammen met pindakaas smeerde en vervolgens bij de kunstbeurs TEFAF in Maastricht de rijken der aarde oesters en champagne zag verorberen! Ik merkte dat ik me dichtbij de rand van de samenleving thuisvoel. Vroeger, vanaf mijn dertiende ongeveer, was ik al geïnteresseerd in mensen met problemen. Vriendinnetjes gebruikten mij als klankbord. Mijn eigen jeugd was vrij zorgeloos, dus je kunt je afvragen wat ik bij die moeilijkheden zoek. Ik hou er ontzettend van om het goede van de mens naar voren te brengen. Ik heb veel geduld en wil weten wie de mens áchter het probleem is. De persoon is niet zijn verslaving, er is een oorzaak voor de verslaving en daarachter zit een mens. Ik wil weten hoe je die mens vóór de verslaving uit kunt trekken.

‘Ik ben zes maanden in het diepe gegooid’

Het enige wat ik van tevoren van De Regenboog kende waren de groene fietstassen, die zie je in de hele stad. Ik had net mijn antropologiescriptie over jeugdverslavingszorg in Rusland en San Francisco afgerond. Potentiële werkgevers en de academische wereld wezen me op het nut van vrijwilligerswerk voor je CV, de theorie is nergens zonder de praktijk.

Dat was een heel goed idee! Ik werd zes maanden bij de verschillende inloophuizen enorm in het diepe gegooid. ‘Ga maar bij iemand aan tafel zitten en maak een praatje’ was de eerste opdracht. Doodeng, want hoezo heeft de ander daar zin in? Inmiddels durf ik met iedereen een gesprek aan te knopen, het maakt niet uit hoe hij eruit ziet. Ik weet nu hoe belangrijk het is om vriendelijk en respectvol te zijn tegen een ander, dat je iemands dag ermee goed kan maken. En de minst populaire mensen blijken vaak het interessantst!

‘Mijn vrienden zijn geïnteresseerd in de sensatieverhalen’

Op mijn allereerste dag ontmoette ik Potje. Een superslanke man met een hoed, een aan één kant afgeschoren kapsel en baard en grote klompen aan. Hij beschildert zijn klompen elke keer anders! Hij is uniek. Net als de bezoekster die elke dag met een grijpstok de prullen op het Rembrandtplein opruimt en toevallig ook prachtig kan schilderen. En de man die ik op mijn tweede dag tijdens een spelletje backgammon leerde kennen. Ik was een beetje afhoudend, want hij verspreidde een heftige geur en imponeerde me met zijn wilde haren die alle kanten op stonden. Maar hij hielp me om te winnen!

Als ik mijn vrienden over mijn ervaringen vertel, reageren ze vaak vol ongeloof. ‘Goh, wat heftig en zwaar? Kun je dat wel aan?’ Bijna nooit willen ze iets weten over de mensen zelf. Ze vinden vooral de sensatie boeiend, zijn in shock als ik een hele dag met een dealer praat. Hij is toch ook een mens met gevoel voor humor? Ik hoop dat ik daar in de toekomst iets aan kan veranderen. Dat ze normaler reageren en wel geïnteresseerd zijn. Ik kan niet van ze verwachten dat ze hetzelfde doen als ik, door erover te vertellen geef ik misschien een duwtje in de goede richting.

‘Gebruikersruimten zijn revolutionair’

Ik vind De Regenboog Groep fantastisch, Amsterdam kan zich gelukkig prijzen met zo’n organisatie. En gebruikersruimten zijn revolutionair. Dat er een plek is waar mensen zonder te verloederen en anderen tot last te zijn drugs gebruiken vind ik echt bijzonder. Het is voor verslaafden mét huis trouwens ook veel beter om op een gecontroleerde plek te kunnen gebruiken dan thuis, het is veel veiliger.

Mijn volgende stap is Global Health studeren in Ierland. Ik heb begrepen dat de opvang voor daklozen daar minder goed geregeld is. Er bestaat alleen nachtopvang. Overdag moeten mensen alles zelf maar uitzoeken. Laat staan waar ze gebruiken. Amsterdam is absoluut een pionier op het gebied van verslaafdenzorg. Ik ga alle bezoekers ontzettend missen. Ze voelden als een soort familie. En mocht je iemand tegenkomen die denkt dat een inloophuis een donker hol is waar iedereen maar een beetje doelloos hangt, dan mag je namens mij zeggen: ‘Het is daar hartstikke leuk. Mensen hebben er plezier en komen ’s ochtends rennend naar binnen. De Regenboog creëert een ruimte waar mensen op hun gemak zijn, waar ze zonder oordeel worden gerespecteerd.’

10/17

65.000 bakkies troost

Nieuwsbericht
25 maart 2015

Eén van de basisbehoeften van bezoekers van inloophuizen voor daklozen is koffie. Dat snapt het Amsterdams bedrijf Coffee Company: in 2015 doneert het 65.000 bakkies troost aan De Regenboog Groep. Dat staat gelijk aan 500 kilo koffie en is één vijfde van de totale hoeveelheid koffie die de bezoekers in een jaar drinken. Dagelijks bezoeken 4500 mensen de negen verschillende inloophuizen.

 

Deze reeks nieuwsberichten is geschreven voor de jubileumkrant van De Regenboog Groep, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de organisatie.

 

Minder bolletjes meer muziek

Wekelijks één bolletje cocaïne minder roken en na negen weken een prachtige accordeon rijker. Dat heeft Leni Janssen uit Amsterdam Zuid zichzelf ten doel gesteld voor 2015. Janssen werd verliefd op de accordeon, die stond te pronken in de etalage van een tweedehands winkel. Ze besloot dat ze sterker is dan haar verslaving, als het de accordeon aangaat. Ze brengt iedere week tien euro – de waarde van één te roken bolletje – naar de winkel, zodat die voor haar spaart. Haar maatje bij de Buddyzorg van De Regenboog stimuleert haar daarbij.

Filmsterren blijven prikken

De New York Times kwam op de koffie, Al Jazeera wilde filmen en ook de Zuid-Koreaanse televisie deed verslag. Toch zijn de prikkers van het ‘bierproject’ niet naast hun schoenen gaan lopen. Ze prikken nog steeds dagelijks de omgeving van de Valentijnkade in Amsterdam Oost schoon. De resultaten zijn positief: dankzij de structuur in hun leven is de totale alcoholconsumptie afgenomen. Twee groepen van tien chronische alcoholisten werken mee aan dit revolutionaire bierproject. Ze ontvangen als salaris vijf blikken bier en 8 euro per dag. Ook eten ze een maaltijd en krijgen indien gewenst een pakje shag.

Klant leert internetbankieren

Een anonieme klant van de financiële inloop in Amsterdam Zuidoost kan dankzij vrijwilligers van het project Vonk internetbankieren. De 47-jarige klant maakte tot voor kort zijn geld handmatig over, een handeling waar kosten aan verbonden zijn. Met behulp van Vonk-vrijwilligers overwon hij zijn schroom en doet voortaan zijn bankzaken digitaal. De financiële inloop is een project van De Regenboog in Amsterdam West, Nieuw West, Noord en Zuidoost. Er zijn tien vrijwilligers aan verbonden.

Gratis naar de kapper

Stijl of krul, gewassen of rechtstreeks van de straat, het maakt haar niets uit. Al vijfentwintig jaar komt kapster Marianne Könst iedere week naar de inloophuizen De Kloof (binnenstad) en Makom (Zuid) om dak- en thuislozen te knippen. Tijdens een sessie creëert ze zo’n zestien nieuwe kapsels. Ze voert haar werkzaamheden geheel op vrijwillige basis uit. Könst is ook fotograaf voor daklozenkrant ‘Z’.

Eerste keer strand

Voor het eerst in haar leven bezocht een van oorsprong Ghanese Vonk-klant in de zomer van 2014 het Nederlandse strand. Dit gebeurde ter gelegenheid van het afscheid van haar Vonk-vrijwilliger, na een jaar financiële ondersteuning. De 55-jarige vrouw uit Amsterdam Zuidoost woont al 23 jaar in Nederland, maar zag ze de kust nog niet van dichtbij. De eerste kennismaking was een groot succes, de vrouw heeft het strand inmiddels diverse keren bezocht. Haar 18-jarige dochter was bij het strandbezoek aanwezig. Het project Vonk is een coachproject voor mensen met financiële problemen.

 

Deze reeks nieuwsberichten is geschreven voor de jubileumkrant van De Regenboog Groep, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de organisatie.
11/17

Vriendschap, een illusie?

Interview
21 september 2013

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Zoolmaat’, de krant voor deelnemers en betrokkenen van De Regenboog Groep waar ik hoofdredacteur van was.

Sommige vriendschappen duren van geboorte tot de dood, maar vaak houdt het onderweg ergens op. Kroegvrienden Jaap en Hans spreken elkaar op een zweterige zomeravond aan de bar van café East of Eden tegenover het Tropenmuseum. Een openhartig gesprek over de lasten en lusten van vriendschap die stopt.
Hans: “Het lijkt alsof mensen tegenwoordig geen tijd hebben voor vriendschap. Al mijn langdurige vriendschappen zijn stukgelopen.”
Jaap: “We zitten in een andere levensfase. Veertien jaar lang in de studentenflat was het iedere dag feest. Nu zie ik de meeste mensen alleen op Facebook. Ze hebben een druk leven.” Hans: “En dan is Facebook eigenlijk een troost.”
Jaap: “Dat is waar, ik vind het grappig om daar te zien hoe mijn Haarlemse jeugdvrienden leven.”
Hans: “Ik heb 850 Facebookvrienden, ‘s nachts begint vaak zomaar iemand te chatten, dat is leuk. Maar vroeger hing ik avonden lang bij mensen thuis op de bank, dat mis ik nu. Dat gebeurt niet meer, iedereen is de laatste jaren zo met zichzelf bezig.”
Jaap: “Hoe meer mogelijkheden er zijn om met elkaar in contact te komen, hoe minder echt contact mensen lijken te hebben.”

ZE MOETEN GEEN MISBRUIK VAN JE MAKEN

Hans: “Ik voer nooit meer lange gesprekken aan de telefoon.”
Jaap: “Ik ben ook kritischer geworden, ik doe geen dingen meer waar ik me niet goed bij voel.”
Hans: “Ze moeten geen misbruik van je maken. Ik heb een busje, de mensen zijn ineens mijn beste vriend als ze mijn busje nodig hebben. Daar begin ik niet meer aan. Dat zeg ik ook, maar het helpt niet. Gelukkig maak ik makkelijk contact. Er kan altijd iets positiefs op je pad komen.”

Jaap: “Laatst las ik een uitspraak van Paulo Coelho: ‘Soms moet een deur dicht omdat hij nergens meer naartoe leidt.’ Een goeie. Eigenlijk ben ik van pappen en nathouden, ik hou niet van conflicten. Dan ben ik zo een paar dagen gefrustreerd en van de rel. Toch kom ik steeds weer mensen tegen die me dwingen positie te kiezen. Ik had een vriend die constant steken onder de gordel gaf, daar werd ik zo naar van dat ik het contact dit jaar heb laten doodbloeden. Een andere vriend die ik niet meer zie, vindt dat je in vriendschap kritiek hoort te leveren en eerlijk moet zijn. Ik had geen trek meer in botte eerlijkheid. Positief zijn, dat is voor mij de insteek van vriendschap. Daarmee help je elkaar verder.”

Hans
: “Goede vriendschap is gelijkwaardig, open en met onvoorwaardelijke genegenheid, zonder dat daar seks uit voortkomt. Met dat laatste heb ik vaak een probleem. Ik trek veel op met vrouwen maar heb geen partner, dus ik kom tekort. Ik had goede vriendschappen met vrouwen met wie ik ook vree, maar uiteindelijk bleken de verwachtingen altijd scheef. Op mijn linkerarm staat de naam van mijn vriendin Anna getatoeëerd, die heb ik in 1974
laten zetten. Ik leerde haar kennen in een moeilijke periode toen ik dagelijks therapie had. Ik was zwaar overspannen, psychotisch en sliep een half jaar niet. We hadden een geweldige band, vreeën ook, blowden en dronken whiskey. Zij kweekte wiet op haar zolder, ik haalde met mijn busje aarde voor haar. Ze gaf me daar vaak spontaan honderd gulden voor en hielp mij thuis met opruimen. Ineens wilde ze dat ik haar voor dat opruimen zou betalen. Wat een bezopen idee! Een donderslag bij heldere hemel, ik was er kapot van. Ik heb haar met ruzie de deur uit gezet. Uit kwaadheid heb ik haar nog een poosje gestalkt. Tot ze me terugstalkte.”

WE HADDEN HET SAMEN FANTASTISCH

Jaap: “Maar snap je het wel eens als mensen jou laten zitten?”
Hans: “Ja hoor. Ik had ooit een vriend, Nico. We waren samen verslaafd aan harddrugs en hadden een hoop lol. Op een gegeven moment waren we allebei afgekickt, toen ging hij de
boot afhouden. Ik denk dat hij niet meer wilde worden herinnerd aan die periode. Daar heb ik vrede mee.”
Jaap: “Ik vind zoiets lastig. Ik had een vriendengroepje van twee vrouwen en nog een man. Als we met z’n vieren afspraken vond ik dat heel erg leuk. Eén van de vrouwen zag ik als
mijn bron van wijsheid, die belde ik altijd als ik akkefietjes had. Ze was bijzonder, heeft zelfs een keer vier weken India voor me betaald. Maar op een gegeven moment werd het minder, misschien omdat ik haar teveel vroeg. Ik heb dat nooit besproken. Ik probeer nog wel met ze af te spreken, maar dat gaat altijd moeizaam. Het zou ook kunnen dat zij wilde dat ik haar goeroe ging aanhangen. Een aardige man, maar niks voor mij. Toch kun je van confrontaties met vrienden leren. Een vriendin vroeg me ooit om alles te herhalen wat ze zei. Ze vond dat ik niet goed luisterde.”
Hans: “Dat hoor ik ook vaak. Ik ben graag zelf aan het woord. Als iemand iets vertelt, herken ik daarin wat van mezelf en wil dat meteen óók vertellen. Ik had een hardloopmaatje, die vond dat ik meer moest doorvragen om te tonen dat iets me echt interesseerde. Hij beweerde ook dat ik te snel wegloop van negatieve situaties. Daarna heb ik nooit meer met hem afgesproken.”

RODDELEN IS LEUK

Hans: “Mensen vertrouwen mij niet, omdat ik zo loslippig ben. Ik ben heel openhartig, dat krijg je dan. Ze geven altijd mij de schuld als een geheim uitlekt.”
Jaap: “Klinkt bekend. Ik hou van sappige verhalen en die vertel ik makkelijk door. Roddelen vind ik leuk, dat is misschien niet zo integer. Maar ik ben wel heel trouw. Eén vriend ken ik vanaf de kleuterklas.”
Hans: “Eigenlijk ben ik het best in kortlopende contacten. Ik hou van spontane acties en kan mensen goed enthousiasmeren. Dat vinden ze meestal heel leuk. Maar als ik niet zelf naar buiten treed, komt er ook niemand bij mij. Jammer, maar het komt me ook wel uit. Ik ben stemmingsgevoelig, soms heb ik geen zin in mensen. Door Hepatitis-C laat de gezondheid het afweten, ik kom mijn afspraken niet altijd na.”
Jaap: “Ik heb een hotline naar mijn ouders en mijn vriendin. Bij hen kan ik alles kwijt. Meestal is er ook nog een goede vriend die ik drie keer in de week spreek, momenteel niet. Ik heb contacten met een man of vijftien, de meesten op afstand. Zij hebben het druk met een baan en hun gezin, ik niet. Ik woon alleen en werk niet fulltime.”
Hans: “Mijn zoon is mijn maatje, ik ben heel blij dat hij er is. De vrienden die ik had, waren altijd soulmates. Ik hoop dat ik ooit weer zo iemand ontmoet. Dat verlangen houdt me op de been. Ik sta op allerlei datingsites, je weet maar nooit!”

De namen van de gesprekspartners zijn op hun verzoek fictief. De verhalen zijn echt.

Dit artikel is gepubliceerd in ‘Zoolmaat’, de krant voor deelnemers en betrokkenen van De Regenboog Groep waar ik hoofdredacteur van was.
12/17

Heimwee naar de kindertijd

Interview
8 mei 2008

Dit interview is gepubliceerd in het magazine voor theaterprogrammeurs ‘Shots’, waarvoor ik de teksten schreef.

Het Italiaanse es.terni festival omarmde ‘Wasteland’ van Alexandra Broeder in september 2007. Ze zette de verhouding kind-volwassene erin in een ongemakkelijk daglicht. De spanning tussen de opgroeiende jeugd en de desillusie van het volwassen worden laat Broeder (1978) niet los. ‘Ik vind het ontzettend erg dat de jeugd nooit meer terugkomt.’

Het meisje van de kinderen, zo noemen mensen je in de wandelgangen. Zijn kinderen voor jou onuitputtelijk als bron voor een voorstelling?

‘Het is voor mij heel vanzelfsprekend om met kinderen te werken. Aan anderen wordt nooit de vraag gesteld waarom ze met volwassen acteurs aan de slag gaan. Ik sta daar eigenlijk niet zo bij stil, ik kan me voorstellen dat er op een gegeven moment iets anders belangrijk is, maar op dit moment zijn kinderen de meest logische vorm om mijn thematiek te verwoorden. Ik denk met veel weemoed terug aan mijn kindertijd, ik vind het ontzettend erg dat de jeugd nooit meer terug komt. Ik zoek denk ik een manier om de tijd te conserveren. Mijn voorstellingen gaan grotendeels over de angst voor een volwassen bestaan, de kinderen zorgen steeds voor een andere kleur. Het ene moment spelen de kinderen vanuit hun eigen perspectief, de volgende keer vervullen ze de rol van volwassenen. Ze reiken een extra, vrij vervreemdende en spannende laag aan. Platte thema’ s als zoals angst voor de dood, verdriet om wat geweest is, afijn volwassen angsten dus, worden fascinerend wanneer kinderen ze verkondigen.’

Wanneer is de fascinatie voor kinderen begonnen?

‘Ik zag tijdens mijn opleiding aan de toneelacademie in Maastricht vlak achter elkaar twee voorstellingen van het Vlaamse gezelschap Victoria Allemaal Indiaan en Club Astrid. Er speelde kinderen in mee en eigenlijk heb ik de hele voorstelling alleen naar die kinderen gekeken. Misschien is het projectie, maar ik vormde zelf verhalen over ze en dat had op mij een enorme impact. Alles viel toen voor mij op zijn plek. Ik voelde dat dit ook mijn theatertaal was. Dit gegeven heb ik gebruikt in mijn laatste voorstelling ‘Wasteland’. Dat was een locatieproject op Oerol, het publiek onderging een busrit die wordt begeleid door zwijgende kinderen.’

Nu we toch zo inzoomen op het ‘In den beginne…’ van Alexandra Broeder, vertel eens iets meer over je inspiratie.

‘Het fotoboek van Sally Mann geeft voor mij heel treffend weer wat ik zoek in theater. Mann fotografeerde vijf jaar lang haar eigen kinderen, twee meisjes en een jongen. Ze leefden in en rondom hun huis in het landelijke, ruige Virginia, Amerika. De beelden heeft ze afgedrukt in zwart-wit. Door de vertrouwensband die ze met hen had, kon ze heel dichtbij komen. Mann toont de heimwee naar de kindertijd, je vraagt je tijdens het kijken steeds af: wat is dat eigenlijk, kind zijn? Er is ook een erotische onderlaag in haar werk die ik heel spannend en uitdagend vind. Het heeft te maken met hoe haar nog jonge kinderen soms in de camera kijken. Zij lijken zich volledig bewust van hun blik en wat ze hiermee oproepen. Dit vind ik altijd spannend. Want die ontluikende en al dan niet onbewuste seksualiteit bij kinderen is hoe dan ook dubbelzinnig. Het lijkt bewust ingezet maar het kan net zo goed kopiëergedrag zijn. Want: weet een kind wat hij teweegbrengt? In hoeverre zit de sensualiteitgedachte in mijn hoofd, wie manipuleert wie? Is een kind per definitie onschuldig? Ik ga er vanuit van wel, maar tegelijkertijd zijn kinderen goed in staat om de boel te manipuleren…’ De vraag is alleen hoe bewust ze dit doen, of dat het een reactie is op ons volwassenen.

En muziek?

‘Ja, muziek blijft heel belangrijk voor de voorbereidende fase. Voor mijn volgende project hoop ik samen te werken met Sylvia Kristel. Ik ben al lange tijd door haar gefascineerd en de documentaire ‘Sylvia Kristel, nu’ van Michiel van Erp kwam precies op het juiste moment en heeft die interesse alleen maar versterkt. Zo is die documentaire een belangrijk uitgangspunt voor mijn nieuwe voorstelling geworden, maar ook de soundtrack van ‘Emmanuelle’, die ik nu veel luister en gebruik tijdens de repetities. Film is trouwens ook een belangrijke bron van inspiratie. ‘Gummo’ van Harmony Korine is mijn lievelingsfilm, daar wil ik graag komende zomer de voorstelling ‘Candyland’ op baseren.

Je hebt een jaar geen voorstellingen gemaakt, met ‘Wasteland’ had je een zeer succesvolle nieuwe start. De voorstelling was de hit van Oerol 2007 en reisde een paar maanden later ook zeer geslaagd naar het Italiaanse Terni. Heeft het jaar rust je geholpen voor deze vliegende comeback

‘Ik heb bij ‘Wasteland’ voor het eerst vanuit een duidelijk, van tevoren bedacht concept gewerkt. Eerder ontstonden de voorstellingen altijd op de vloer, de spelers waren letterlijk hun eigen materiaal. Ik vind de verhalen die naar boven komen meestal heel ontroerend en ontwapenend, maar er zijn ook nadelen aan die manier van werken. De reprise van ‘Café Comeback’ (2006) bleek bijvoorbeeld lastig, omdat de spelers een jaar na de eerste voorstelling in allerlei opzichten waren veranderd. De voorstelling was éé grote biecht. De spelers vertelden over hun leven. Waarom het was zoals het was. En niet grootser en heldhaftiger. De verhalen bleken zo persoonlijk dat in de 1e reeks de schaamte en onmacht bij de spelers echt was en daardoor voelbaar en spannend. Na een jaar was hun leven dusdanig veranderd dat ze de schaamte en ongemakkelijkheid moesten spelen. Ik vond dat dit de voorstelling niet ten goede kwam. Het kader dat ik vooraf voor ‘Wasteland’ had bepaald, werkte in dat opzicht een stuk sterker. In Italië begreep het publiek het concept van ‘Wasteland’ trouwens in eerste instantie niet, dat was een ramp. De mensen hadden niet door dat ze de aanwijzingen van zwijgende kinderen in een donker bos moesten volgen, wandelden vrolijk en onbekommerd hun eigen weg. Ze waren helemaal niet bekend met deze vorm van locatietheater. Nederland is daar vrij ver in ontwikkeld. We hebben ze na het debacle van tevoren uitleg gegeven. Toen ging het geweldig.’

Je vertelt in een interview dat Lilou Dekker en Lotte Meerdink, de twee meisjes die sinds hun elfde jaar vijf keer in je voorstellingen hebben gespeeld, dit jaar voor het laatst een centrale rol in een productie krijgen. Je zegt dat hun jong volwassen schoonheid je onzeker maakt.

‘Ja. Ik heb deze twee meisjes ontdekt op een Amsterdamse jeugdtheaterschool en onze onderlinge verstandhouding is net zo stevig als wanneer ik met professionele acteurs werk. Soms schrik ik er van dat ze tot zulke mooie jonge vrouwen uitgroeien, het voelt alsof ze me aan het inhalen zijn. Ik kan me daar dan bij vlagen opeens ongemakkelijk bij voelen. Dit gevoel inspireerde me ook. De jeugd lijkt soms een bepaalde arrogantie te bezitten die ik spannend vind. Ze lijken hun jeugdige schoonheid met gemak te omarmen en uit te dragen en hebben nog een heel leven voor zich. Terwijl hun jeugd en schoonheid nu onaantastbaar lijken, zijn ook zij onderdeel van een cyclus die altijd maar door blijft gaan. Dit is het uitgangspunt voor mijn voorstelling met hun geworden. Als het goed is in samenwerking met Sylvia Kristel. In ‘Wie weet overleeft de begeerte me’ staat de melancholie centraal.

Wat wil je graag in de toekomst maken?

‘Het lijkt me geweldig om een keer een locatieproject in een hotel te organiseren, waar toeschouwers de nacht verblijven. Waar mensen inchecken, niet weten wat ze te wachten staat. Een filmische ervaring, alsof het publiek onderdeel is van een horrorverhaal. Met eenzelfde soort geheimzinnigheid. Ik hou heel erg van Japanse horrorfilms, vooral door hun spel met bovennatuurlijke krachten en omdat er nooit bloed in vloeit. Maar een dergelijk locatieproject is nog een stap te ver. Ik wil bijvoorbeeld eerst nog onderzoeken of ik een voorstelling kan maken die voor volwassenen net zo interessant is al kinderen. ‘Candyland’ wordt een familievoorstelling over extreem vrije opvoeding. Is anarchie liefdevol of koud voor opgroeiende kinderen? Ik ben heel benieuwd hoe kinderen reageren als ze die vraag krijgen voorgelegd. En of de reactie van volwassenen anders is.’

Alexandra Broeder in het kort:

De voorstellingen van Alexandra Broeder bewegen zich op het snijvlak weemoed, troost en melancholie versus zwartgalligheid met een uitzichtloos perspectief. Vergankelijkheid en afscheid zijn centrale thema’s in haar werk. Ze geeft de spelers waarmee ze werkt om hun karakter op de vloer te tonen. De realiteit en de theatrale werkelijkheid overlappen elkaar geregeld en ze schetst zo voorstellingen die nauw verband houden met de sociale belevingswereld van haar publiek. De persoonlijke worsteling die haar karakters ondergaan, speelt zich meestal af in een individualistische en kleinschalige wereld. Ze werkt met professionele acteurs en amateurs. In haar meest recente ‘Wasteland’ (2007) betreedt ze een nieuw pad: de kinderen die voor acteren, zwijgen de gehele voorstelling. Broeder confronteert zo haar publiek met de particuliere illusie, de toeschouwer projecteert zijn eigen (waan)voorstelling.

13/17

Knettergoeie teksten

Interview
11 oktober 2007

Dit interview is gepubliceerd in het magazine voor theaterprogrammeurs ‘Shots’, waarvoor ik de teksten schreef.

Lot Vekemans (1965) schrijft toneel. Met gemiddeld drie teksten per seizoen is ze bijzonder productief. Haar werk slaat aan. Zo won ze in 2005 de Mr. H.G. van der Vies-prijs, een driejaarlijkse letterkundige prijs voor het beste werk van de afgelopen periode. Actrice Elsie de Brauw werd in 2005 genomineerd voor een Theo d’Or voor haar vertolking van Oidipous’ vergeten dochter Ismene in Vekemans’ Zus van.

“Een van mijn dierbaarste projecten is eigenlijk heel klein.” We praten op een tropische nazomerdag, tussen nieuwe bossen op de kruising Friesland-Drenthe. En we lopen van een zonnig terras naar de woonkamer van haar herberg om naar het dierbaarste project te luisteren. Na even rommelen aan de techniek krijgt ze een cd’tje aan de praat. ‘Desnoods’ heet het. Het is een collage van zinnen, een compositie van stemmen. “Iets zonder waarde. Iets zonder zin. Iets zonder passie. Iets zonder hart. Niet zeggen wat je vindt. Niet vinden wat je zegt. Niet zeggen wat je wil. Niet willen wat je zegt. Niet doen wat je zegt. Niet willen wat je doet. Niet doen wat je wilt. Niet denken wat je doet. Niet doen wat je denkt. Niet je hand uitsteken. Niet je hart volgen.” Zo gaat het nog even door, ontladend in een zalvende climax die steekt.

De op zichzelf staande zinnen vormen één van de belangrijkste kenmerken van Vekemans’ taal. Het zijn fragmentarische puzzelstukjes die in het hoofd van de toehoorder naar een totaalbeeld leiden. Stukjes gedachten die ruimte openlaten voor de twijfel, die de kwetsbaarheid van het begrip waarheid zorgvuldig aftasten. Ze kruipt graag in de huid van de bijfiguren en underdogs. Zoals Ismene in Zus van, die haar hele leven in de schaduw van Antigone leeft en zelf ook een gezicht wil krijgen.


EIGEN PARADIJS

Vekemans timmert gestaag en met een taaie wil aan haar weg als autonoom kunstenaar. Ze studeerde Sociale Geografie omdat ze meer van de wereld wilde zien, maar vond de ontwikkelingswerkers die ze op haar negentiende tijdens een jaar Latijns-Amerika tegenkwam er niet bepaald gelukkig uitzien. Ze concludeerde dat het haar beter lag om mensen aan het thuisfront kennis te laten maken met het universum van een ander. Schrijven is haar instrument, ontdekte ze op haar twintigste. Op de schrijversvakschool verzamelde ze gereedschap voor de ambachten toneelschrijver en journalist.

Lot Vekemans woont in haar eigen paradijs. Met haar partner Yt van der Ploeg runt ze een idyllische herberg, ‘Het volle leven’, in het Friese Appelscha. In dat paradijs bemoeit ze zich met de zakelijke kant van het bedrijf en zorgt ze dat ze zelf genoeg tijd heeft om met haar eigen werk bezig te zijn.

Om goed werk te maken, is een focus nodig, een missie. Daarvan is ze overtuigd. Voor haar geldt dat ze niet bezig is om de wereld te redden, die drang heeft ze niet. Maar een besef dat wij als mensen op allerlei verschillende niveaus met elkaar verbonden zijn en het effect daarvan op ons bestaan, houdt haar intensief bezig. Het uitgangspunt van haar schrijven is dat ze de ander niet begrijpt. Ze wil weten hoe het komt dat iemand is zoals hij is. Met woorden fileert ze de mens waar ze zich niet mee kan identificeren. “Als je gaat onderzoeken hoe de mechanismen achter gedrag werken, is de gelijkenis met de ander schrikbarend. Ik kan soms bang worden van mijn eigen gedachten. Het feit dat je die gedachten opschrijft geeft aan je dat iets kunt vatten. Je ontdekt pas later dat je bezig bent om iets van jezelf te begrijpen. Bij mij gaat het heel vaak over gedesillusioneerde mensen die als een waanzinnige proberen om hun eigen wereld bij elkaar te houden, mensen die afgesneden zijn van hun kern en daar wanhopig bij proberen terug te komen.

GOEDE KUNST VERBINDT
Dat krampachtige gevecht vind ik zó mooi.”
Op dit moment schrijft ze aan Die van daar, een tekst over twee tbs’ers en een zwerfster en hun onmacht om zichzelf staande te houden. Personages die ze baseert op een fotoreportage uit het magazine van de Volkskrant. “De tbs’ers willen precies hetzelfde als wij allemaal: liefde, veiligheid en het gevoel krijgen dat ze iets betekenen. In feite schreeuwt de hele wereld: “Kijk nou naar mij!” Wat is er mooier dan die personages op toneel te zetten? Als je in staat bent om alles te geloven en je erachter bent dat dát de reden is waarom je theater maakt, dan is theater een prachtig vak om jezelf beter te leren kennen. Vooral als het publiek zich bij de strot gegrepen voelt, omdat het zichzelf herkent in personages waar het in eerste instantie ‘niets’ mee heeft. Een combinatie van volslagen paniek en confrontatie. Als mensen zo reageren, denk ik: “Het is goed gegaan, dat vind ik mooi.”
Ik vind dat kunst gaat over verbindingen. Dat is mijn drijfveer om theater te maken. Goede kunst maakt een verbinding naar iets in jezelf dat je eerder liever niet onder ogen zag. De worsteling naar die verbinding wil ik tonen. Het is een worsteling die voor ieder mens geldt.”

Theater gaat niet om een leuke avond, meent Vekemans. “Leuk. Ja, wat moet je anders zeggen. Vroeger vond ik zelf dat het absoluut niet leuk mocht zijn, nu ben ik niet meer zo streng. Als iemand me vertelt dat hij al de hele week heeft nagedacht over mijn verhaal dan is dát het echte compliment.”
Ze verstopt zich als schrijver niet enkel achter haar computer, Vekemans is graag aanwezig bij het repetitieproces. “Voor mij is het van de zotte om te worden buitengesloten van het mooiste moment in mijn werkproces: als de acteurs mijn tekst hardop uitspreken. Als de woorden gaan leven.”
De acteurs moeten wat haar betreft ook kunnen zeggen dat het niet klopt, als het niet werkt wat ze heeft geschreven. Ze geeft toe dat het soms een pijnlijk moment is, maar: “een goede acteur haalt de ruis eruit tijdens de repetitie. Acteurs maken de logica. Ik denk dat het een misvatting is dat de schrijver de alwetende partij is.”

PRODUCTIEVE TOEKOMST
Ondanks haar sterke behoefte aan visie, blijft het voor Vekemans in het ongewisse wat ze écht met het publiek communiceert. “Het was heel leuk om te merken hoe verschillend de mensen in Groningen en Eindhoven op Zus van reageerden. In Eindhoven lag de hele zaal plat, terwijl in Groningen amper iemand hardop reageerde. Daar kwam achteraf iemand naar me toe die zei: “Ik durfde niet te lachen, het was zo stil om me heen. Mensen kijken dan vanuit een andere code, die code maakt mede de voorstelling. Ik hoop wel dat mijn toeschouwers bereid zijn om mee te kijken, dat ze uit hun eigen denkkader willen stappen.”

Ze heeft een werkritme ontwikkeld waarin ze aan drie teksten tegelijk kan schrijven, contact heeft met haar omgeving via de herberg en samenwerking met artistieke partners, en plannen kan formuleren in het jasje van haar eigen Stichting MAM. Dat belooft een productieve en ondernemende toekomst. “Ik ben heel nieuwsgierig hoe het zich zal ontwikkelen. Ik denk niet dat het eenvoudig zal zijn, maar laat ik maar denken van wel.”

14/17

Nonchalante sjiek koop je in de huiskamer

Reportage
15 december 2005

Dit artikel werd gepubliceerd in Carp, magazine voor starters op de arbeidsmarkt.

Geen zin in lange rijen voor pashokjes, toch behoefte aan een nieuwe garderobe en nieuwsgierig naar andermans huismussigheden? Weg van de snelweg en verlaten van drukke winkelcentra kan je terecht bij de modetupperware van Web & Eve. ‘Passen kan in de wc.’

Een snijdend herfstige zaterdag, eind november. Gelukkig hoeven we voor het onderwerp niet de straat op, de tocht gaat richting huis. Niet het eigen huis, maar een woonkamer waar Carp terecht kan voor een modeverkoop van Web & Eve. Web & Eve heeft een collectie van naar eigen zeggen ‘hoogwaardige, trendy, nonchalante en sophisticated’ damesmode. Omdat ze geen winkel hebben, zijn hun kosten laag en blijven de ontwerpen onder de honderd euro. Via een virtuele flyer weet de klant waar hij naartoe moet om te passen.

Web & Eve zag twee jaar geleden het levenslicht. Klaartje Weber (39) en Eve Post van der Linde (45) werkten eerder vijftien jaar als team van ontwerper en producent in de confectie en hadden geen zin meer om voor een baas te werken. Moe van teveel artistieke concessies voor de commercie, maar bomvol eigen ideeën, gingen ze zelf op de productie- en ontwerptoer. Ze maken wat ze zelf willen dragen.

De bronzen deur van een vrijstaande witte hoekwoning in Amsterdam-Zuid staat op een kier. Hij mag open, dit adres stond op de uitnodiging. De binnengekomen bezoeker slaat linksaf. Na een zorgvuldig uitgestalde serie keramiek te zijn gepasseerd -verkoop van een vriendin-, even nog afgeleid door een reeks bont beschilderde zijden sjaals -75 euro, van een bevriende kunstenaar-, is het doel van dit bezoek bereikt. Achterin de L-vormige woonkamer staan vier kledingrekken vol kwetsbare zwarte, grijze, bruine, glanzende, warme, nonchalante sjiek die hangt. De kleedkamer is een inham voor een deur of ‘als je je daar ongemakkelijk bij voelt, de wc’ daarachter. Er zijn zo’n vijftien aanwezigen, de dagscore haalt uiteindelijk het gemiddelde van vijftig.

In eerste instantie wilde het tweetal hun collectie slijten aan agenten die hun merk moesten verkopen bij exclusieve winkels. Het was zomer 2004 en de inkopers stonden niet te springen om nieuwkomers, de dames waren hun geïnvesteerde halve ton in euro’s bijna kwijt. Ze moesten van de voorraad af en besloten om ook de verkoop zelf te doen. Zonder winkelpand. Ze mochten een avond in de kapperszaak van een vriend in Amsterdam verkopen. Eve: ‘Een hartstikke goede locatie, daar zijn heel veel spiegels!’

Minimaal 35m2
Er volgden dat seizoen vijfentwintig thuisverkopen, allemaal vanuit de eigen kennissenkring. Het duo dacht het huidige seizoen te moeten groeien naar dertig events per collectie, maar de formule slaat aan, er komt veel volk.  En negen van de tien bezoekers koopt. Ze draaien een omzet van 1600 euro per aflevering, willen naar een ton per jaar en verwachten volgend seizoen hun doel te hebben bereikt. De collectie telt ruim duizend exemplaren en komt twee keer per jaar uit, met van elk ontwerp vijftig stuks.

Vooralsnog is de verkoop voornamelijk in de Randstad. Eve: ‘We staan thuis bij vrouwen die gek zijn op kleren, iets exclusiefs willen en een netwerk hebben.’ Wie een woonkamer van minimaal 35 m2 heeft, kan hem aanbieden voor een event en krijgt tien procent van de omzet. Aankleding gebeurt naar idee van de bewoner.

De Nederlandse internet- en thuisverkoopbranche is in de groei. De branchevereniging meldt gemiddeld één nieuw lid per week aan en berekende de eerste helft van 2005 een omzet van 1,6 miljard. Met een groei van anderhalf procent is het één van de economische koplopers, meldt het MKB. De feestdagen helpen mee: de prognose is dat de ‘traditionele’ detailhandel dit jaar vijfentwintig procent meer verdient dan het vorige, terwijl de internetgelieerde verkoop dertig á veertig procent stijgt –verkoop via het web is 2,5 procent van het totaal-.

Wat betreft Web & Eve is hun vorm van eventshoppen hét alternatief voor grootgrutters als H&M, Zara en Vero Moda. Eve: ‘Bij de grote winkels wordt je overvoerd en de rijen voor pashokjes en kassa’s zijn niet goed voor je humeur.’

Begin oktober, een zaterdagse wandeling van twee vriendinnen door de Jordaan. De eerste kennismaking met Web & Eve, als toevallige passant. Even kijken, passen. In een smalle gang naast de klerenkoophoek, achter een andere voordeur. Vijf vrouwen kronkelen op elkaar gepropt voor een spiegel, keuren elkaars keuzes. Plotseling gaat een bel. Een kind van een jaar of vijf opent de voordeur. De vijf staan in hun onderbroek voor een open deur. Hilariteit, de dames lachen. Met volle tassen verlaten ze het pand.

www.webandeve.nl

15/17

De Vacature: Ingmar Heytze

Rubriek
23 november 2005

Deze rubriek stond in het magazine Carp, voor starters op de arbeidsmarkt.

Gezocht:
Camjo’s/Editors (AVID) voor de TROS reality-serie Ik vertrek, over gezinnen die emigreren.

Carps kandidaat:
Ingmar Heytze, dichter. Nieuwste publicatie: Scooterdagboek, waarin hij zijn reisangst overwint.

Bron: www.villamedia.nl/vacature

Dag Ingmar, je hebt je reisangst overwonnen…
‘Dat is enigszins hoe je het bekijkt. Ik beweeg mij momenteel op de motor voornamelijk in een cirkel rond de stad Utrecht. Ik beheers nagenoeg de provincie.

Toch kunnen we het misschien hebben over een carrièreswitch, na al die moeite. Camjo lijkt me wel een goede stap. Een journalist die zelf met de camera aan de slag gaat. Vind je de titel Ik vertrek voor een televisieprogramma goed?
‘Nee. Als ik dat hoor denk ik meteen: ‘wie is ik dan?’ Ik zou eerder kiezen voor Het gras van de buren of Weg van hier of Er is geen ruk aan hier.’

Ben je wel eens over de grens geweest?
‘Jazeker, tot mijn vijfentwintigste had ik nergens last van, toen heb ik heel Europa rond gereisd. Ik ben veel in Scandinavië geweest, ik heet niet voor niks Ingmar. Verder ken ik Praag en omgeving vrij goed. Het zuidelijkste punt voor mij was Rome.’

Toch gek dan, die reisangst.
‘Het is een paniekstoornis. Die ontstaat vaak in situaties waarin je normaal gesproken niks te vrezen hebt. Omdat je zo schrikt van de angst, wordt de spanning alleen maar groter. Je denkt al gauw ‘ik zal wel gek zijn’. Of je gek bent laat ik even in het midden, de aanleiding blijkt vaak wel degelijk iets te maken te hebben met de concrete angst.’

Wat betreft het televisieprogramma; heb je iets met gezinnen?
‘Ik heb jarenlang zelf in een gezin gewoond, maar eigenlijk niet. Gezinnen zijn een soort in zichzelf gesloten Big Brother huis. Door een samenloop van omstandigheden zijn de leden voor altijd aan elkaar verbonden. Een vader zou zonder zoon nooit vader zijn. Families zijn wat dat betreft razend interessante dingen om te beschouwen, zeker gezinnen die op reis gaan zijn helemaal te gek.’

Conclusie: je hebt wel wat met gezinnen, achterstevoren beredeneerd. Weet je waarom mensen emigreren?
‘Het staat wat ver van mijn bed. Ik kan me als Randstedeling voorstellen dat je denkt: het is hier knap vol. Het wordt ook steeds drukker. Ook begrijp ik dat mensen een beroep hebben of willen dat in het buitenland kan. Als ik boer was zou ik zeker naar Amerika of Australië gaan, de agrarische sector hier is een openluchtmuseum onder dwang. Maar misschien zeg ik nu iets heel doms, dan bied ik de boeren bij deze mijn excuses aan. Wie liever in een wereldstad wil wonen snap ik ook. Het fijne van het beroep schrijver is dat je niet afhankelijk bent van een werkplek. Ik heb alleen een Powerbook, een hotelkamer en een internetcafé nodig.’

Hoe zie je de TROS als werkgever?
‘Daarmee bereik je veel mensen. Ik heb daar als dichter ook voor gekozen en vind het heel leuk om af en toe bij Giel Beelen op de radio voor honderdduizenden mensen een gedicht voor te dragen. Het kan geen kwaad om af en toe een gedicht te laten horen aan een publiek dat over het algemeen weinig poëzie leest.’

Doe je het?
‘Nee. Ik zou niet voor een omroep willen werken. Verder heb ik niet de mentaliteit om de combinatie camera en journalistiek aan te gaan. Ik zie voor dit beroep de bikkels voor me die de wereld in willen zonder teveel gedoe. Ik lees de krant, ik ben geen nieuwsjager. Ik ben niet van de actie maar van de reflectie.’

Gepubliceerd in magazine Carp, voor starters op de arbeidsmarkt.
16/17

Peper in het taaie achterwerk

Nieuwsbericht
15 november 2005

Hangen achter de geraniums is uit, stedentrips zijn in. De oudere van de toekomst heeft geen zin meer om zijn zitvlees te laten verzuren. De grote rust die de brave werker na al die jaren trouwe dienst dacht te hebben verdiend, blijkt nog saaier dan de financiële administratie. Ondernemers opgelet: er zit brood in die vijf miljoen babyboomers, het is hoog tijd voor een degelijke aanpak van het Vervelingsmanagement. “Laatst sprak ik een man die een privéchauffeur zocht. Er reageerden zeker vijftig oude mannetjes op zijn advertentie. Na een jaar of twee pensioen slaat de paniek toe: die mensen denken alleen maar ‘mijn hemel, wat moet ik doen’”, vertelt Adjiedj Bakas, bedenker van deze tot de verbeelding sprekende term.

Bakas, die voor zijn communicatiebureau Dexter bedrijven traint in het goed organiseren van hun afdeling Vervelingsmanagement, is meer dan optimistisch over zijn braakliggende terrein. “Er zijn natuurlijk nog wel wat calvinisten, maar de meeste zestigplussers hebben geld genoeg. De hypotheek is afbetaald, de kinderen zijn de deur uit, ze willen zelf genieten.” Hij gelooft heilig in de mogelijkheden voor de entertainmentindustrie, toeristenbranche en technologie. Steden moeten volgens hem bijvoorbeeld veel duidelijker zijn over hun interessante trips. Zijn tip: “Zorg dat de stad meer dan één museum heeft. Musea houden vaak veel te lang vast aan tentoonstellingen en het gros van de kunst ligt in depots. Bouw een loods en wissel iedere week van expositie.”

17/17